ilm Madrasah
Onderdelen

Partikels & operatoren

Naṣb-partikel (ḥarf naṣb)

mabnī · onveranderlijk
حرف النصب

Wat houdt het in

De regel eerst, dan het waarom

Regel

Een naṣb-partikel (أَنْ، لَنْ) is mabnī en trekt het volgende fiʿl muḍāriʿ naar de naṣb-naamval.

Waarom

Het fiʿl muḍāriʿ buigt; komt er een naṣب-partikel vóór, dan verlaat het zijn rustpunt (rafʿ) en gaat het naar naṣب — met een zichtbare fatḥa. Regel eerst: أَنْ/لَنْ ervoor ⇒ het werkwoord manṣūب.

Onthouden

أَنْ، لَنْ … — onveranderlijk zelf, maar sturend: het werkwoord erna → fatḥa (naṣب).

De regel, volledig

Op het vorige niveau leerde je dit: het fiʿl muḍāriʿ (het onvoltooid werkwoord) is marfūʿ zolang er niets voor staat dat ingrijpt. Het werkwoord is dan vrij. Op dit niveau leer je zo'n ingreep kennen. Het gaat om een klein partikel dat voor het werkwoord komt en het teken aan het einde verandert. al-Naḥw al-Wāḍiḥ bouwt de regel op uit voorbeelden. Kijk naar deze twee zinnen van p. 44 en let op de laatste letter van het onvoltooid werkwoord.

أُرِيدُ أَنْ أُحْسِنَ السِّبَاحَةَ

'ik wil goed leren zwemmen': na het partikel أَنْ eindigt het werkwoord أُحْسِنَ op een fatḥa, niet op de ḍamma van niveau 2.

لَنْ يَفُوزَ الْكَسْلَانُ

'de luiaard zal niet winnen': ook hier, na het partikel لَنْ, eindigt het werkwoord يَفُوزَ op een fatḥa.

Telkens staat er een klein partikel voor het onvoltooid werkwoord: أَنْ of لَنْ. En telkens eindigt dat werkwoord dan op een fatḥa in plaats van een ḍamma. Zulke partikels heten de nawāṣib (naṣb-partikels). al-Naḥw al-Wāḍiḥ maakt daar zijn dertiende schoolregel van:

يُنْصَبُ الْفِعْلُ الْمُضَارِعُ مَتَى سَبَقَهُ أَحَدُ النَّوَاصِبِ الْأَرْبَعَةِ، وَهِيَ: أَنْ، لَنْ، إِذَنْ، كَيْ.

al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 45 (القاعدة ١٣)

De regel noemt vier naṣb-partikels. Op dit niveau begin je met de twee belangrijkste: أَنْ en لَنْ. Hoe ziet de volledige ontleding van zo'n manṣūb-werkwoord eruit? Kijk naar het werkwoord uit de tweede zin hierboven:

يَفُوزَ: فِعْلٌ مُضَارِعٌ مَنْصُوبٌ بِلَنْ وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

'wint' (in «لَنْ يَفُوزَ الْكَسْلَانُ») is een fiʿl muḍāriʿ, manṣūb door لَنْ. Het teken van zijn naṣb is de zichtbare fatḥa op het einde.

Let goed op het verschil met het vorige niveau. Daar was het werkwoord marfūʿ omdat het vrij was van elke bepaler. Die vrijheid heet tajarrud. Zodra een nāṣib als أَنْ of لَنْ voor het werkwoord komt, is die vrijheid voorbij. De muḍāriʿ verlaat de rafʿ en gaat naar de naṣb. De vuistregel is kort: staat er een nāṣib voor? Dan naṣb, met een zichtbare fatḥa.

al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, نصب الفعل المضارع, p. 44–48 (de الأمثلة + القاعدة ١٣ + النموذج); didactische synthese (curator): de toegepaste model-iʿrāb-vorm «مَنْصُوبٌ بِلَنْ …» (engine-canoniek) en de tajarrud-brug naar niveau 2 (al-Naḥw al-Wāḍiḥ, dl. 1, p. 54)

Wat het wel en niet is: naṣb tegenover rafʿ, en أَنْ tegenover لَنْ

al-Naḥw al-Wāḍiḥ geeft zelf een simpele proef (البحث, p. 44): haal het partikel weg en kijk wat er met het werkwoord gebeurt. Die proef verbindt niveau 2 en niveau 3.

وَإِذَا تَأَمَّلْتَ آخِرَ كُلِّ مُضَارِعٍ مَسْبُوقٍ بِوَاحِدٍ مِنْ هَذِهِ الْأَحْرُفِ الْأَرْبَعَةِ فِي هَذِهِ الْأَمْثِلَةِ وَفِي غَيْرِهَا وَجَدْتَهُ مَنْصُوبًا. وَلَكِنَّكَ إِذَا حَذَفْتَ هَذَا الْحَرْفَ وَجَدْتَ الْفِعْلَ مَرْفُوعًا.

al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 44 (البحث)

Hier komen de twee niveaus samen. Met het partikel ervoor: naṣb (fatḥa). Zonder partikel: weer de rafʿ (ḍamma) van niveau 2. Zet de twee vormen naast elkaar:

Partikel weg, rafʿ terug (de البحث-proef)

لَنْ يَفُوزَ الْكَسْلَانُ

Met de nāṣib لَنْ ervoor is het werkwoord يَفُوزَ manṣūb: zichtbare fatḥa (niveau 3).

يَفُوزُ الْكَسْلَانُ

Haal لَنْ weg en het werkwoord is weer marfūʿ: يَفُوزُ krijgt de zichtbare ḍamma (niveau 2).

Dezelfde stam يفوز, twee tekens. De fatḥa komt er alleen doordat لَنْ ervoor staat. Valt het partikel weg, dan valt ook de naṣb weg.

De twee partikels van dit niveau, أَنْ en لَنْ, verschillen maar op één punt. al-Tuḥfa al-Saniyya definieert ze bijna woord voor woord gelijk:

أَنْ tegenover لَنْ: alleen de eerste rol verschilt

أَنْ: حَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ

أَنْ is een partikel van maṣdar (het vormt met het werkwoord één 'dat …'-begrip), van naṣb en van toekomst (istiqbāl).

لَنْ: حَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ

لَنْ is een partikel van nafy (ontkenning), van naṣb en van toekomst (istiqbāl).

Beide hebben نَصْب en اسْتِقْبَال; ze verschillen alleen in hun eerste rol. أَنْ maakt een maṣdar, لَنْ ontkent. Voor nu telt vooral wat ze delen: allebei maken ze het werkwoord erna manṣūb.

al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 44 (البحث; de weglaat-proef); al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 66 (de definities van أَنْ en لَنْ); didactische synthese (curator): de weglaat-tegenhanger يَفُوزُ الْكَسْلَانُ van het boekvoorbeeld لَنْ يَفُوزَ الْكَسْلَانُ (al-Naḥw al-Wāḍiḥ, dl. 1, p. 44)

Veelgemaakte fouten

De klassieke fout gaat precies over dit onderscheid. Geef naṣb aan het werkwoord dat geregeerd wordt. Laat rafʿ aan het werkwoord dat vrij blijft. Ibn ʿUthaymīn laat het zien met een zin met twee onvoltooide werkwoorden.

Fout: een ḍamma laten staan na أَنْ

fout:

أُحِبُّ أَنْ تَفْهَمُ

Na أَنْ staat hier toch een ḍamma op het werkwoord. Ibn ʿUthaymīn noemt dit «خَطَأ»: je laat rafʿ aan een werkwoord met een nāṣib (أَنْ) ervoor.

goed:

أُحِبُّ أَنْ تَفْهَمَ

Goed: na أَنْ een zichtbare fatḥa, het werkwoord is manṣūb. Dat is «الصَّوَاب», de juiste vorm.

De zin heeft twee muḍāriʿ-werkwoorden: أُحِبُّ (geen nāṣib ervoor → marfūʿ, ḍamma) en تَفْهَمَ (na أَنْ → manṣūb, fatḥa). Controlevraag per werkwoord: staat er een nāṣib voor? Zo ja → fatḥa; zo nee → ḍamma.

Dezelfde fout zie je ook na لَنْ:

Fout: een ḍamma laten staan na لَنْ

fout:

لَنْ يَفُوزُ

Na de nāṣib لَنْ een ḍamma schrijven. لَنْ is een naṣb-partikel; het werkwoord erna kan geen rafʿ houden.

goed:

لَنْ يَفُوزَ

Goed: na لَنْ een fatḥa; يَفُوزَ is manṣūb.

Zodra je een van de nawāṣib herkent, weet je meteen: het volgende onvoltooide werkwoord krijgt een fatḥa, geen ḍamma.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), نواصب المضارع, p. 168 (de twee-muḍāriʿ-waarschuwing «أُحِبُّ أَنْ تَفْهَمَ»; «هَذَا خَطَأٌ إِذَنِ الصَّوَابُ»); didactische synthese (curator): de gespiegelde لَنْ-fout, geankerd in dezelfde regel (naṣb wat geregeerd wordt, rafʿ wat niet)

Zo zeggen de boeken het

Vier boeken geven dezelfde regel, elk op een eigen manier. Eerst de matn van al-Ājurrūmiyya, die de naṣb-partikels opsomt. In vertaling: 'De nawāṣib zijn er tien. Namelijk: أَنْ, لَنْ, إِذَنْ, كَيْ, de lām van كَيْ, de lām van ontkenning, حَتَّى, het antwoord met de fāʾ en de wāw, en أَوْ.'

قَالَ: فَالنَّوَاصِبُ عَشَرَةٌ، وَهِيَ: أَنْ، وَلَنْ، وَإِذَنْ، وَكَيْ، وَلَامُ كَيْ، وَلَامُ الْجُحُودِ، وَحَتَّى، وَالْجَوَابُ بِالْفَاءِ وَالْوَاوِ، وَأَوْ.

al-Ājurrūmiyya (matn), afgedrukt in al-Tuḥfa al-Saniyya, نواصب المضارع, p. 65; tien items door de eigenaar geverifieerd tegen het fysieke boek én de scan (2026-07-09)

De grondtekst telt er dus tien, maar niet alle tien werken op dezelfde manier. al-Tuḥfa al-Saniyya deelt ze in drie soorten in. Zo klopt het getal ook met al-Naḥw al-Wāḍiḥ, dat er maar vier noemt. In vertaling: 'De partikels waarna het onvoltooid werkwoord manṣūb wordt, zijn tien letters. Ze zijn van drie soorten. De eerste soort geeft uit zichzelf naṣb. De tweede geeft naṣb door een verzwegen أَنْ die facultatief volgt. De derde door een verzwegen أَنْ die verplicht volgt.'

وَأَقُولُ: الْأَدَوَاتُ الَّتِي يَنْصِبُ بَعْدَهَا الْفِعْلُ الْمُضَارِعُ عَشَرَةُ أَحْرُفٍ وَهِيَ عَلَى ثَلَاثَةِ أَقْسَامٍ. قِسْمٌ يَنْصِبُ بِنَفْسِهِ، وَقِسْمٌ يَنْصِبُ بِأَنْ مُضْمَرَةٍ بَعْدَهُ جَوَازاً، وَقِسْمٌ يَنْصِبُ بِأَنْ مُضْمَرَةٍ بَعْدَهُ وُجُوباً.

al-Tuḥfa al-Saniyya, نواصب المضارع, p. 65

Van die tien geeft alleen de eerste soort uit zichzelf naṣb. Dat zijn er vier, en onze twee partikels horen erbij. In vertaling: 'De eerste soort, die het onvoltooid werkwoord uit zichzelf manṣūb maakt, bestaat uit vier letters, namelijk: أَنْ, لَنْ, إِذَنْ en كَيْ.'

أَمَّا الْقِسْمُ الْأَوَّلُ - وَهُوَ الَّذِي يَنْصِبُ الْفِعْلَ الْمُضَارِعَ بِنَفْسِهِ - فَأَرْبَعَةُ أَحْرُفٍ، وَهِيَ: أَنْ، وَلَنْ، وَإِذَنْ، وَكَيْ.

al-Tuḥfa al-Saniyya, نواصب المضارع, p. 65

Het toepassingsboek al-Taṭbīq al-Iʿrābī geeft de ontleding kant-en-klaar. Zo ontleedt het لَنْ (in een vers uit sūrat al-Ḥajj). In vertaling: 'een partikel van ontkenning, van naṣb en van toekomst, vast gebouwd op de sukūn, zonder plaats in de ontleding.'

لَنْ: حَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ.

al-Taṭbīq al-Iʿrābī, نصب الفعل المضارع, p. 65 (de لَنْ-cel; kaal gedrukt, tashkīl redactioneel)

Zo ontleedt hetzelfde boek ook أَنْ (in een vers uit sūrat al-Nisāʾ). In vertaling: 'een partikel van maṣdar, van naṣb en van toekomst, vast gebouwd op de sukūn, zonder plaats in de ontleding.'

أَنْ: حَرْفٌ مَصْدَرِيٌّ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ.

al-Taṭbīq al-Iʿrābī, «٤- أنِ المصدرية», p. 68 (de أَنْ-cel; kaal gedrukt, nisba مصدري in het skelet)

Ibn ʿUthaymīn behandelt tot slot elk partikel apart. Hij geeft لَنْ zijn drie functies. In vertaling: 'en daarom zeggen we in de ontleding van لَنْ: een partikel van ontkenning, van naṣb en van toekomst.'

وَلِهَذَا نَقُولُ فِي إِعْرَابِ «لَنْ» حَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), نواصب المضارع, p. 170

De khilāf: hoeveel nawāṣib regeren uit zichzelf?

De boeken verschillen op één punt, en dat mag je weten. al-Tuḥfa en al-Taṭbīq gebruiken de driedeling hierboven. Van de tien geven er vier naṣb uit zichzelf (bi-nafsihi). Eén doet dat via een verzwegen أَنْ die facultatief volgt, en vijf via een verzwegen أَنْ die verplicht volgt. Ibn ʿUthaymīn volgt de schrijver van de matn en behandelt alle tien als directe nāṣib. Zo ontleedt hij op p. 168-179 ook حَتَّى en de lāmen zelf als het partikel dat naṣb geeft. Dat is voor het onderwijs de eenvoudigste analyse. Hij verdedigt die keuze met een vaste regel: kies van twee meningen de eenvoudigste (de الأسهل-regel, p. 174-175). Voor jouw twee partikels maakt het niets uit. أَنْ en لَنْ zijn in alle bronnen directe nawāṣib. Wij volgen op dit niveau de hoofdlijn van de matn-sharḥ: tien partikels, waarvan vier uit zichzelf naṣb geven. Daar horen أَنْ en لَنْ bij.

Waarom wij مَصْدَر schrijven en niet مَصْدَرِيّ

Bij أَنْ verschillen de boeken in één woord. al-Tuḥfa (p. 66) en Ibn ʿUthaymīn (p. 169: «حَرْفُ مَصْدَرٍ») schrijven de naamwoordvorm مَصْدَرٍ. al-Taṭbīq (p. 68) en de voetnoot in de Wāḍiḥ (p. 45) drukken de bijvoeglijke nisba-vorm مَصْدَرِيّ. Wij volgen مَصْدَرٍ als canon, zoals de meeste geleerden hem gebruiken. Het betekent hetzelfde: أَنْ vormt met het werkwoord erna één maṣdar-begrip.

al-Ājurrūmiyya (matn), afgedrukt in al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 65; al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 65 (de driedeling der nawāṣib); al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 65 (لَنْ-cel) + p. 68 (أَنْ-cel); Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), p. 169–170; didactische synthese (curator): de khilāf-verzoening (tien-vs-vier + مَصْدَر-vs-مَصْدَرِيّ), met de الأسهل-regel op ʿUthaymīn p. 174–175 als TE-VERIFIËREN verwijzing (buiten de dubbelblinde set)

Verdieping: tien nawāṣib, en wat later komt

Wat je hier leert, is een begin: أَنْ en لَنْ maken het onvoltooid werkwoord manṣūb. Er hoort meer bij, maar dat komt pas later voluit aan bod. Hier alvast een korte vooruitblik.

Partikel plus werkwoord: samen één maṣdar (fase 2)

أَنْ vormt samen met het werkwoord erna één begrip: de al-maṣdar al-muʾawwal. Zo kun je «أَنْ تَفْهَمَ» omzetten in «فَهْمَكَ» (jouw begrijpen). In een volledige ontleding krijgt dat geheel ook een eigen rol: mubtadaʾ, khabar of mafʿūl. al-Taṭbīq laat dat zien. Bij een zin op p. 195 staat de maṣdar op de plaats van een khabar. Bij het vers op p. 68 staat hij op de plaats van een mafʿūl bih. Op dit niveau ontleed je alleen dát het werkwoord na أَنْ manṣūb is. De omzetting tot één maṣdar en zijn rol volgen in fase 2 (de nawāsikh).

لَنْ betekent niet 'nooit, voor eeuwig'

لَنْ ontkent het werkwoord in de toekomst, maar niet per se 'voor altijd'. Ibn ʿUthaymīn bespreekt dat punt in een vraag uit de geloofsleer (of de gelovigen God zullen zien). Die vraag nemen we hier niet over. Voor de grammatica is dit genoeg: لَنْ ontkent de toekomst, zonder claim over eeuwigheid.

De andere acht nawāṣib, en het jazm

Er zijn in totaal tien nawāṣib. Je begint hier met de twee belangrijkste: أَنْ en لَنْ. De overige acht (إِذَنْ, كَيْ, لَامُ كَيْ, لَامُ الْجُحُودِ, حَتَّى, de fāʾ, de wāw en أَوْ) volgen later in je leerpad. Naast de naṣb heeft het onvoltooid werkwoord nog een derde toestand: het jazm. Daarin verdwijnt het teken helemaal (sukūn), door een jāzim-partikel als لَمْ. Dat is een apart, volgend niveau.

Bij volledige beheersing (itqān) zeg je het hele model uit je hoofd op. Zo ziet dat eruit. Hier twee zinnen, woord voor woord:

Het volledige model-iʿrāb bij itqān: «لَنْ يَكْتُبَ الْوَلَدُ» en «أَرَادَ الْوَلَدُ أَنْ يَكْتُبَ»

ZinDoelwoordFunctieModelantwoord
لَنْ يَكْتُبَ الْوَلَدُلَنْnaṣb-partikel (ḥarf naṣb); het regeert het werkwoord ernaحَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
لَنْ يَكْتُبَ الْوَلَدُيَكْتُبَonvoltooid werkwoord (fiʿl muḍāriʿ), manṣūb door لَنْفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَنْصُوبٌ بِلَنْ وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
لَنْ يَكْتُبَ الْوَلَدُالْوَلَدُde verrichter (fāʿil), nog steeds marfūʿ; die ken je van het vorige niveauفَاعِلٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ
أَرَادَ الْوَلَدُ أَنْ يَكْتُبَأَنْnaṣb-partikel (ḥarf naṣb), de maṣdar-variantحَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
أَرَادَ الْوَلَدُ أَنْ يَكْتُبَيَكْتُبَonvoltooid werkwoord (fiʿl muḍāriʿ), manṣūb door أَنْفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَنْصُوبٌ بِأَنْ وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

Per naṣb-zin stel je twee vragen. Welk partikel regeert: أَنْ of لَنْ? En welk teken krijgt het werkwoord? Dat is de fatḥa. Het deel واستقبال aan het einde van de partikelformule mag je bij het opzeggen weglaten. De rest van de nawāṣib volgt in je leerpad, net als het jazm.

al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 68 + p. 195 (de maṣdar-muʾawwal-vooruitblik; getoond nu, in fase 2 getoetst); Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), p. 171–172 (لَنْ ≠ eeuwige ontkenning, hier tot het grammaticale punt ingekort); didactische synthese (curator): het volledige model-iʿrāb «لَنْ يَكْتُبَ الْوَلَدُ» / «أَرَادَ الْوَلَدُ أَنْ يَكْتُبَ» (engine-canonieke vorm) + de subset-framing (tien nawāṣib, begin met أَنْ/لَنْ)

Bron

Waar dit onderdeel behandeld wordt

al-Ājurrūmiyya

باب الأفعال — «فالنواصبُ عشرةٌ وهي: أنْ ولنْ …»

an-Naḥw al-Wāḍiḥ

an-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī) dl. 1 — نصب الفعل المضارع

Voorbeelden

kleur = naamval

De jongen zal niet lezen.

Volledige iʿrāb · mabnī

حَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب

Volledige ontleding— toon per woord
  1. لَنْحَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
  2. يَقْرَأَفِعْل مُضَارِع مَنْصُوب بِلَنْ وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الفَتْحَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  3. الْوَلَدُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ

De man wilde dat de student opent.

Volledige iʿrāb · mabnī

حَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب

Volledige ontleding— toon per woord
  1. أَرَادَفِعْل مَاضٍ مَبْنِيّ عَلَى الفَتْح
  2. الرَّجُلُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  3. أَنْحَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
  4. يَفْتَحَفِعْل مُضَارِع مَنْصُوب بِأَنْ وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الفَتْحَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  5. الطَّالِبُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ

De student wilde dat de man zit.

Volledige iʿrāb · mabnī

حَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب

Volledige ontleding— toon per woord
  1. أَرَادَفِعْل مَاضٍ مَبْنِيّ عَلَى الفَتْح
  2. الطَّالِبُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  3. أَنْحَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
  4. يَجْلِسَفِعْل مُضَارِع مَنْصُوب بِأَنْ وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الفَتْحَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  5. الرَّجُلُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ

Voorbeelden uit de bronnen

kleur = naamval

Het is niet hun vlees en niet hun bloed dat Allah bereikt, maar wat Hem bereikt is de vrees (voor Hem). Zo heeft Hij hen aan jullie dienstbaar gemaakt, opdat jullie Allah verheerlijken omdat Hij jullie leidde. En breng verheugende tijdingen aan de weldoeners. — vert. SiregarVertaling van de volledige āyah (22:37) — niet alleen van het hierboven getoonde fragment.

Qurʾān 22:37

حَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ

Vooruitblik لُحُومُهَا is een iḍāfa met het gebonden voornaamwoord هَا als مضاف إليه; de iḍāfa komt in fase 6, de pronomen-ontleding in fase 5. اللهَ staat hier als vooropgeplaatst lijdend voorwerp (مفعول به مقدَّم); de vooropplaatsing wordt in fase 3 behandeld.

Volledige ontleding— toon per woord
  1. لَنحَرْفُ نَفْيٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
  2. يَنَالَفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَنْصُوبٌ بِـ(لَنْ)، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ
  3. ٱللَّهَلَفْظُ الْجَلَالَةِ مَفْعُولٌ بِهِ مُقَدَّمٌ مَنْصُوبٌ، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ
  4. لُحُومُهَافَاعِلٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ، وَهُوَ مُضَافٌ. وَهَا: ضَمِيرٌ مُتَّصِلٌ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، فِي مَحَلِّ جَرٍّ مُضَافٍ إِلَيْهِ

Allah wil (jullie lasten) voor jullie verlichten. En de mens was zwak geschapen. — vert. SiregarVertaling van de volledige āyah (4:28) — niet alleen van het hierboven getoonde fragment.

Qurʾān 4:28

حَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ

Vooruitblik عَنْكُمْ bevat het gebonden voornaamwoord كُمْ (majrūr na عَنْ); de pronomen-ontleding komt in fase 5. أَنْ يُخَفِّفَ vormt samen een maṣdar muʾawwal (mafʿūl van يُرِيدُ); die omzetting wordt in fase 2 (de nawāsikh) behandeld.

Volledige ontleding— toon per woord
  1. يُرِيدُفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  2. ٱللَّهُلَفْظُ الْجَلَالَةِ، فَاعِلٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ
  3. أَنحَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ وَاسْتِقْبَالٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
  4. يُخَفِّفَفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَنْصُوبٌ بِـ(أَنْ)، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ، وَالْفَاعِلُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ جَوَازًا تَقْدِيرُهُ: هُوَ
  5. عَنكُمْعَنْ: حَرْفُ جَرٍّ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ. وَالْكَافُ: ضَمِيرٌ مُتَّصِلٌ مَبْنِيٌّ عَلَى الضَّمِّ، فِي مَحَلِّ جَرٍّ بِحَرْفِ الْجَرِّ، وَالْمِيمُ عَلَامَةُ جَمْعِ الذُّكُورِ، حَرْفٌ مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ، وَالْجَارُّ وَالْمَجْرُورُ مُتَعَلِّقَانِ بِالْفِعْلِ (يُخَفِّفَ)

Het is de plicht van de mens om de behoeftige te helpen.

al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 195

حَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ

Vooruitblik أَنْ met de manṣūب-muḍāriʿ (يُسَاعِدَ) is niveau-3-stof en wordt hier geoefend. Alleen de omzetting van أَنْ يُسَاعِدَ tot één maṣdar muʾawwal (= مُسَاعَدَة, hier de khabar) volgt in fase 2 (de nawāsikh).

Volledige ontleding— toon per woord
  1. وَاجِبٌمُبْتَدَأٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  2. عَلَىحَرْفُ جَرٍّ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
  3. الْإِنْسَانِاسْمٌ مَجْرُورٌ بِـ(عَلَى)، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الْكَسْرَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ، وَالْجَارُّ وَالْمَجْرُورُ مُتَعَلِّقَانِ بِنَعْتٍ مَحْذُوفٍ
  4. أَنْحَرْفُ مَصْدَرٍ وَنَصْبٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
  5. يُسَاعِدَفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَنْصُوبٌ بِـ(أَنْ)، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ، وَالْفَاعِلُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ جَوَازًا، تَقْدِيرُهُ هُوَ، وَالْمَصْدَرُ الْمُؤَوَّلُ مِنْ (أَنْ يُسَاعِدَ) فِي مَحَلِّ رَفْعٍ خَبَرٌ
  6. الْمُحْتَاجَمَفْعُولٌ بِهِ مَنْصُوبٌ، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
Pas toe wat je net hebt gelezen.