ilm Madrasah
Onderdelen

Partikels & operatoren

Voorwaardepartikel (ḥarf sharṭ)

mabnī · onveranderlijk
حرف الشرط

Wat houdt het in

De regel eerst, dan het waarom

Regel

Het voorwaardepartikel إِنْ is mabnī en regeert TWEE werkwoorden tegelijk naar de jazm-naamval: het eerste is de voorwaarde (fiʿl al-sharṭ), het tweede het gevolg (jawāb al-sharṭ).

Waarom

Anders dan de jazm-partikels van niveau 4 (لَمْ، لَا) — die één werkwoord majzūm maken — bindt een voorwaardepartikel twéé werkwoorden: «als … dan …». Beide krijgen de jazm-naamval; op een gezond werkwoord is het teken een sukūn. Regel eerst: إِنْ ervoor ⇒ beide werkwoorden majzūm.

Onthouden

إِنْ … — één partikel, twéé majzūm werkwoorden (als → dan).

De regel, volledig

Op niveau 4 leerde je de eerste jazm-gevers: لَمْ en لَا. Zo'n jāzim geeft precies één onvoltooid werkwoord (fiʿl muḍāriʿ) jazm. Dat werkwoord krijgt dan een sukūn. Op dit niveau komt er iets nieuws bij, uit dezelfde familie. Er is een jāzim die niet één werkwoord regeert, maar twee tegelijk. Dat partikel heet إِنْ ('als, indien'). Daarmee bouw je een voorwaardezin: 'als dit, dan dat'. Kijk eerst naar een voorbeeld van Ibn ʿUthaymīn. Let op de laatste letter van allebei de werkwoorden.

إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو

'Als Zayd opstaat, staat ʿAmr op.' Na إِنْ eindigt het eerste werkwoord يَقُمْ op een sukūn. Het tweede يَقُمْ eindigt net zo. Eén partikel, twee majzūm-werkwoorden.

Beide werkwoorden zijn majzūm. Elk krijgt een eigen naam naar zijn rol in de voorwaarde. Ibn ʿUthaymīn zegt het zo, in vertaling: 'Het eerste يَقُمْ is majzūm, en het tweede is majzūm. Het eerste heet فعل الشرط (het voorwaardewerkwoord), en het tweede heet جواب الشرط (het antwoord op de voorwaarde).'

إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو، الْأَوَّلُ يَقُمْ مَجْزُومٌ، وَالثَّانِي مَجْزُومٌ. يُسَمَّى الْأَوَّلُ فِعْلَ الشَّرْطِ، وَيُسَمَّى الثَّانِي جَوَابَ الشَّرْطِ.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), أدوات الشرط الجازمة, p. 201 (deels gevocaliseerd, tashkīl redactioneel)

Ibn ʿUthaymīn is niet de enige die het zo leert. Ook het schoolboek al-Naḥw al-Wāḍiḥ begint met een voorbeeld. Het gebruikt twee andere werkwoorden. Kijk weer naar het einde: allebei de werkwoorden eindigen op een sukūn.

إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْ

'Als ʿAlī zaait, oogst hij.' Na إِنْ krijgen يَزْرَعْ ('zaaien') en يَحْصُدْ ('oogsten') allebei een sukūn. Dezelfde regel als hierboven, met twee andere werkwoorden.

En het partikel zelf? إِنْ is het eenvoudigste voorwaardewoord: het is een echt partikel (ḥarf) dat alleen maar regeert. Ibn ʿUthaymīn geeft er de vaste formule voor. In vertaling: 'إِنْ is een voorwaardepartikel dat jazm geeft. Het geeft twee werkwoorden jazm: het eerste is فعل الشرط, en het tweede is جواب الشرط.'

إِنْ حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٍ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ: الْأَوَّلُ هُوَ فِعْلُ الشَّرْطِ، وَالثَّانِي هُوَ جَوَابُ الشَّرْطِ.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), المبحث الثاني, p. 206 (vol gevocaliseerd; «جَازِمٍ» met kasra; ṣifa van شَرْطٍ, ultra-zoom-geverifieerd)

Wanneer treedt dat jazm precies op? Ibn ʿUthaymīn is er duidelijk over. Het jazm verschijnt wanneer allebei de werkwoorden onvoltooid (muḍāriʿ) zijn. Dat is jouw kerngeval op dit niveau: twee muḍāriʿ-werkwoorden, allebei zichtbaar majzūm. In vertaling: 'Het jazm treedt op wanneer het voorwaardewerkwoord en het antwoord op de voorwaarde allebei onvoltooid zijn. Bijvoorbeeld: «als je je inspant, slaag je».'

الْجَزْمُ يَكُونُ إِذَا كَانَ فِعْلُ الشَّرْطِ وَجَوَابُ الشَّرْطِ مُضَارِعَيْنِ مِثْلُ: «إِنْ تَجْتَهِدْ تَنْجَحْ».

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), المبحث الثالث, p. 206 (vol gevocaliseerd; het gedrukte kader-label «الْمَبْحَثُ الثَّالِثُ:» is vóór de span weggelaten)

إِنْ تَجْتَهِدْ تَنْجَحْ

'Als je je inspant, slaag je.' Twee majzūm-werkwoorden (تَجْتَهِدْ تَنْجَحْ), allebei met een sukūn. Dit is de kernvorm van dit niveau: één إِنْ, twee muḍāriʿ-werkwoorden.

En hoe ontleed je zo'n majzūm-werkwoord voluit? Elk van de twee krijgt de vorm die je al kent van niveau 4: fiʿl muḍāriʿ majzūm, met een sukūn. Nu komen er twee dingen bij. Eerst de rol (فعل الشرط of جواب الشرط), dan de naam van de bepaler (بِإِنْ). Zo ziet de volledige ontleding van het voorwaardewerkwoord eruit:

فِعْلٌ مُضَارِعٌ فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

een fiʿl muḍāriʿ, het voorwaardewerkwoord (فعل الشرط), majzūm geregeerd door إِنْ, en het teken van zijn jazm is de zichtbare sukūn op het einde. Voor het tweede werkwoord geldt precies dezelfde vorm, met «جواب الشرط» op de plaats van «فعل الشرط».

Het tweede werkwoord, het antwoord, ontleed je op dezelfde manier. Alleen de rolnaam wisselt van «فعل الشرط» naar «جواب الشرط». Zo ziet de volledige ontleding van het antwoordwerkwoord eruit:

فِعْلٌ مُضَارِعٌ جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

een fiʿl muḍāriʿ, het antwoord (جواب الشرط), majzūm geregeerd door dezelfde إِنْ, en het teken van zijn jazm is de zichtbare sukūn op het einde. Vergelijk met het voorwaardewerkwoord hierboven: de twee ontledingen zijn woord voor woord gelijk. Alleen één stukje verschilt, «جواب الشرط» tegenover «فعل الشرط».

Terug naar het grote verschil met niveau 4. Daar regeerde een jāzim als لَمْ of لَا precies één werkwoord. إِنْ doet iets nieuws: het geeft hetzelfde jazm, met dezelfde sukūn, maar aan twee werkwoorden tegelijk. Meer dan dat verandert er niet: nog steeds jazm, nog steeds een sukūn. De vuistregel is even kort als op niveau 4. Staat er إِنْ voor? Dan zijn beide werkwoorden majzūm, met een sukūn.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), أدوات الشرط الجازمة, p. 201 (de benamingen فعل الشرط/جواب الشرط + «إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو») + p. 206 (de partikel-formule «حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٍ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ» + de المبحث الثالث-kern «الْجَزْمُ يَكُونُ مُضَارِعَيْنِ» met «إِنْ تَجْتَهِدْ تَنْجَحْ»); al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 52 (het نموذج «إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْ»; de vindplaats van «مَجْزُومٌ بِإِنْ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ»); didactische synthese (curator): de per-werkwoord model-iʿrāb-display voor béíde werkwoorden; «فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِإِنْ …» én «جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِإِنْ …» (engine-canoniek, geankerd in het نموذج van al-Naḥw al-Wāḍiḥ dl. 1 p. 52; de rol-benaming vroeg geplaatst zoals al-Khulāṣa p. 127) + de brug niveau 4 → 5 (één jāzim, twee werkwoorden). NB de G1-formule is nog niet bevroren (Status, onzekerheid 1)

Voorwaarde tegenover antwoord, en إِنْ als enige partikel

De twee werkwoorden delen hetzelfde teken, de sukūn. Toch kun je ze niet omwisselen. Aan de plaats zie je of een werkwoord de voorwaarde of het antwoord is. Het eerste werkwoord na إِنْ is de voorwaarde (فعل الشرط). Het tweede is het gevolg (جواب الشرط). Eerst de oorzaak, dan het gevolg, net als in het Nederlandse 'als dit, dan dat'. al-Naḥw al-Wāḍiḥ geeft dit schoolvoorbeeld:

إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْ

'Als ʿAlī zaait, oogst hij.' Het eerste werkwoord يَزْرَعْ ('zaaien') is de voorwaarde (فعل الشرط). Het tweede يَحْصُدْ ('oogsten') is het gevolg (جواب الشرط). Allebei majzūm met een sukūn, geregeerd door dezelfde إِنْ.

فعل الشرط (voorwaarde, eerst) tegenover جواب الشرط (gevolg, daarna)

يَزْرَعْ

فعل الشرط, de voorwaarde. Staat direct na إِنْ. Het noemt wat er moet gebeuren voordat het gevolg komt. Majzūm: sukūn.

يَحْصُدْ

جواب الشرط, het antwoord of gevolg. Komt daarna en noemt wat er dan gebeurt. Ook majzūm: sukūn.

Het werkwoord vlak na إِنْ is altijd de voorwaarde. Het werkwoord daarna is het antwoord. Eén partikel regeert ze allebei.

Die twee namen komen recht uit de boeken. al-Tuḥfa al-Saniyya beschrijft de hele groep jāzims die twee werkwoorden jazm geven. De eerste heet het voorwaardewerkwoord, de tweede het antwoord. In vertaling: 'En de tweede groep is die welke twee werkwoorden jazm geeft. De eerste ervan heet فعل الشرط, en de tweede جواب الشرط en zijn vergelding.'

وَأَمَّا الْقِسْمُ الثَّانِي، وَهُوَ مَا يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ، وَيُسَمَّى أَوَّلُهُمَا فِعْلَ الشَّرْطِ، وَثَانِيهِمَا جَوَابَ الشَّرْطِ وَجَزَاءَهُ.

al-Tuḥfa al-Saniyya, القسم الثاني, p. 71 (deels gevocaliseerd, tashkīl redactioneel; de gedrukte gedachtestreepjes «ـ ـ» rond de tussenzin zijn redactioneel als komma's gezet en de vervolgclausule «فَهُوَ عَلَى أَرْبَعَةِ أَنْوَاعٍ»; de vier gedaanten, sectie 5; is weggelaten)

Zelfde woordvorm, andere rol: de volgorde beslist

يَقُمْ

Het eerste werkwoord na إِنْ: dit is de voorwaarde, فعل الشرط. Majzūm: sukūn.

يَقُمْ

Het tweede werkwoord: dezelfde woordvorm, maar nu het antwoord, جواب الشرط. Ook majzūm: sukūn.

Hier zijn de voorwaarde en het antwoord toevallig hetzelfde werkwoord, allebei يَقُمْ. Ze zien er precies gelijk uit. Alleen hun plaats verschilt. Het eerste is de voorwaarde, het tweede het antwoord.

Wil je zeker weten dat إِنْ het jazm echt veroorzaakt? Doe de proef die al-Naḥw al-Wāḍiḥ ook bij لَمْ en لَا voorstelde, de البحث van niveau 4. Haal het partikel weg en kijk wat er met het werkwoord gebeurt. Met إِنْ ervoor is het majzūm, met een sukūn. Haal je إِنْ weg, dan is het weer marfūʿ, de rafʿ van niveau 2.

Partikel weg, rafʿ terug (de البحث-proef, nu met إِنْ)

إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ

Met de jāzim إِنْ ervoor: يَزْرَعْ is majzūm, sukūn (niveau 5).

يَزْرَعُ عَلِيٌّ

Haal إِنْ weg, dan is het werkwoord weer marfūʿ: يَزْرَعُ met een zichtbare ḍamma (niveau 2).

Dezelfde stam, twee tekens. De sukūn komt er alleen doordat إِنْ ervoor staat. Zo kwam op niveau 3 de fatḥa alleen door أَنْ of لَنْ, en op niveau 4 de sukūn alleen door لَمْ of لَا.

Let ook op het verschil met de jawāzim van niveau 4. لَمْ en لَا gaven elk precies één werkwoord jazm. إِنْ geeft er twee tegelijk jazm, de voorwaarde en het antwoord, met hetzelfde partikel. Zet de twee families naast elkaar:

إِنْ (twee werkwoorden) tegenover لَمْ/لَا (één werkwoord)

إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْ

إِنْ (dit niveau) regeert twee werkwoorden: يَزْرَعْ (فعل الشرط) en يَحْصُدْ (جواب الشرط), allebei majzūm met een sukūn.

لَمْ يُسَافِرْ فَرِيدٌ

لَمْ (niveau 4) regeert één werkwoord: يُسَافِرْ, majzūm met één sukūn.

Hetzelfde teken, de sukūn, maar een groter bereik. Op dit niveau komt er één ding bij: één jāzim raakt nu twee werkwoorden tegelijk.

Hiermee heb je de kern te pakken. Staat er إِنْ vooraan, dan krijgen allebei de werkwoorden een sukūn. Aan de volgorde zie je welk werkwoord de voorwaarde is. Er is nog iets wat إِنْ apart zet van alle andere voorwaardewoorden.

إِنْ is bijzonder onder de voorwaardewoorden. Het is het enige dat een partikel (ḥarf) is. Ibn ʿUthaymīn zegt het met zoveel woorden. In vertaling: 'Al deze woorden zijn zelfstandige naamwoorden (asmāʾ), behalve إِنْ.'

هَذِهِ الْأَدَوَاتُ كُلُّهَا أَسْمَاءٌ إِلَّا «إِنْ».

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), المبحث الثاني, p. 206 (vol gevocaliseerd)

Waarom is dat belangrijk? De andere voorwaardewoorden zijn naamwoorden, zoals مَنْ ('wie'), مَا ('wat'), مَتَى ('wanneer') en أَيْنَ ('waar'). Een naamwoord doet meer dan regeren: het heeft ook een eigen naamval en een eigen plaats in de ontleding. Dat is een extra laag. إِنْ heeft die laag niet: het regeert, en verder niets. Daarom begin je met إِنْ. Het laat de nieuwe gedachte het duidelijkst zien: één partikel voor twee werkwoorden. De naamwoord-voorwaardewoorden leer je later in je leerpad.

al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 52 (het نموذج «إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْ» + de rol-benamingen فعل الشرط/جواب الشرط + het niveau-4-voorbeeld «لَمْ يُسَافِرْ فَرِيدٌ» voor de één-werkwoord-brug); al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 71 (de القسم الثاني-omschrijving «يُسَمَّى أَوَّلُهُمَا فِعْلَ الشَّرْطِ، وَثَانِيهِمَا جَوَابَ الشَّرْطِ وَجَزَاءَهُ»); Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), المبحث الثاني, p. 206 (إِنْ het enige ḥarf onder de adawāt) + p. 201 (het model «إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو» voor het gelijke-vorm-verschillende-rol-contrast); didactische synthese (curator): het فعل الشرط جواب الشرط rol-contrast (de volgorde bepaalt de rol, met het gelijke-woordvorm-paar يَقُمْ/يَقُمْ), de البحث-weglaatproef toegepast op إِنْ met de weglaat-tegenhanger «يَزْرَعُ عَلِيٌّ» (dezelfde proef als niveau 4) en de vooruitblik op de naamwoord-voorwaardewoorden (de rest volgt in het leerpad)

Veelgemaakte fouten

De klassieke fout op dit niveau zit niet in het eerste werkwoord. Dat vergeet bijna niemand. De fout zit in het tweede. De voorwaarde krijgt bijna vanzelf een sukūn. Het antwoord (جواب الشرط) laat je makkelijk in de rafʿ staan, alsof het een vrij werkwoord was. Maar één إِنْ regeert ze allebei. Ook het antwoord moet majzūm zijn. Ibn ʿUthaymīn zet de goede en de foute vorm naast elkaar.

Fout 1: het antwoord (جواب الشرط) in de rafʿ laten staan

fout:

إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُومُ عَمْرٌو

Het antwoord يَقُومُ in de rafʿ (ḍamma en lange wāw) laten staan. Ibn ʿUthaymīn noemt dit «خَطَأٌ أَوْ ضَعِيفٌ». Je vergat dat إِنْ ook het tweede werkwoord regeert.

goed:

إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو

Goed: beide werkwoorden majzūm, يَقُمْ يَقُمْ, allebei met een sukūn. 'Als Zayd opstaat, staat ʿAmr op.'

Controleer: heeft elk van de twee werkwoorden na إِنْ zijn sukūn? Eén partikel geeft hier twee keer jazm. Vergeet het tweede werkwoord niet.

Ibn ʿUthaymīn laat hetzelfde zien bij twee andere fouten. De eerste: de voorwaarde in de rafʿ. De tweede: allebei de werkwoorden in de rafʿ. Alle drie zijn ze fout. Hieronder zie je ze een voor een.

Deze fouten zijn niet verzonnen. Ibn ʿUthaymīn drukt de drie foutvormen zelf af, elk met zijn oordeel erbij. In vertaling: 'Zei je de zin met het antwoord in de rafʿ, dan werd dit fout of zwak. Zei je de voorwaarde in de rafʿ, fout. Zei je ze allebei in de rafʿ, fout.'

لَوْ قُلْتَ: «إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُومُ عَمْرٌو» صَارَ هَذَا خَطَأً أَوْ ضَعِيفًا. لَوْ قُلْتَ: «إِنْ يَقُومُ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو» خَطَأً. لَوْ قُلْتَ: «إِنْ يَقُومُ زَيْدٌ يَقُومُ عَمْرٌو» خَطَأً.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), أدوات الشرط الجازمة, p. 201 (deels gevocaliseerd, tashkīl redactioneel; de drie «لَوْ قُلْتَ»-vormen zoals gedrukt; «عَمْرٌو» met de door dit bestand aangehouden wāw-spelling; het tweede en derde oordeel «خَطَأً» staat elliptisch (accusatief) zoals in de druk)

Fout 1 omgekeerd: nu de voorwaarde (فعل الشرط) in de rafʿ laten staan

fout:

إِنْ يَقُومُ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو

De voorwaarde يَقُومُ in de rafʿ (ḍamma en lange wāw), terwijl het antwoord zijn sukūn wel kreeg. Ibn ʿUthaymīn noemt dit «خَطَأٌ». Je vergat dat إِنْ ook het voorwaardewerkwoord regeert, en dat als eerste.

goed:

إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو

Goed: beide werkwoorden majzūm, يَقُمْ يَقُمْ, allebei met een sukūn.

Dit is fout 1 omgekeerd. Daar stond het tweede werkwoord nog in de rafʿ, nu het eerste. Controleer dus ook het voorwaardewerkwoord: krijgt het na إِنْ zijn sukūn?

Allebei in de rafʿ: de hele voorwaardezin fout

fout:

إِنْ يَقُومُ زَيْدٌ يَقُومُ عَمْرٌو

Beide werkwoorden in de rafʿ (يَقُومُ يَقُومُ), de jazm van إِنْ helemaal genegeerd. Ook dit noemt Ibn ʿUthaymīn «خَطَأٌ».

goed:

إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو

Goed: allebei majzūm, يَقُمْ يَقُمْ, twee sukūns onder één إِنْ.

Dezelfde controle als bij fout 1: heeft elk van de twee werkwoorden na إِنْ zijn sukūn? Geen van beide mag in de rafʿ blijven.

Die drie fouten horen bij elkaar: ergens blijft een rafʿ (ḍamma) staan waar إِنْ jazm afdwingt. Er is nog één verwarring. Die komt niet uit dit hoofdstuk maar uit het vorige: de fatḥa van niveau 3.

Fout 2: أَنْ en إِنْ verwarren, een fatḥa geven na إِنْ

fout:

إِنْ يَقُومَ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو

Na إِنْ een fatḥa geven, de naṣb-reflex van niveau 3. Maar إِنْ is geen nāṣib: het lijkt op أَنْ en doet iets anders.

goed:

إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو

Goed: إِنْ is een jāzim, dus een sukūn. Geen fatḥa, geen ḍamma.

Houd de families uit elkaar. أَنْ en لَنْ (niveau 3) geven een fatḥa aan één werkwoord. إِنْ (dit niveau) geeft een sukūn aan twee. Eén letter verschil, een heel andere regel.

Nog één ding, en dat is geen fout. Soms begint het antwoord niet met een kaal werkwoord, maar met een فاء (de letter fa) ervoor. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij een nominale zin. Dit is de verplichte فاء (fāʾ rābiṭa): in bepaalde gevallen moet het antwoord een فاء krijgen. Op dit niveau hoef je die niet te maken of te ontleden. Je herkent alleen dat een antwoord met een فاء een eigen constructie is, die later komt (zie de verdieping).

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), أدوات الشرط الجازمة, p. 201 (de drie «لَوْ قُلْتَ»-foutvormen bij «إِنْ يَقُمْ زَيْدٌ يَقُمْ عَمْرٌو»; nu voluit geciteerd én elk als fout-goed-contrast getoond: antwoord-rafʿ «يَقُومُ عَمْرٌو» = «خطأ أو ضعيف», voorwaarde-rafʿ «إِنْ يَقُومُ زَيْدٌ» = «خطأ», beide in de rafʿ = «خطأ»); didactische synthese (curator): de أَنْ إِنْ familie-verwarring (brug niveau 3 → 5; de fatḥa-reflex is niet boek-geattesteerd voor إِنْ maar een bekende leerlingfout) en de benoeming van de verplichte فاء als eigen, nog-niet-getoetste constructie (de volledige clausule volgt in de verdieping)

Zo zeggen de boeken het

De vijf boeken beschrijven allemaal hetzelfde systeem. Begin met de matn van al-Ājurrūmiyya. Die somt alle voorwaardewoorden op die twee werkwoorden jazm geven. In vertaling: 'En إِنْ, en مَا, en مَنْ, en مَهْمَا, en إِذْ مَا, en أَيّ. En مَتَى, en أَيَّانَ, en أَيْنَ, en أَنَّى, en حَيْثُمَا, en كَيْفَ.'

وَإِنْ، وَمَا، وَمَنْ، وَمَهْمَا، وَإِذْ مَا، وَأَيُّ، وَمَتَى، وَأَيَّانَ، وَأَيْنَ، وَأَنَّى، وَحَيْثُمَا، وَكَيْفَ.

al-Ājurrūmiyya (matn), afgedrukt in Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), أدوات الشرط الجازمة, p. 201 (de matn-lijst van de tweewerkwoord-adawāt; de druk drukt «وَكَيْفَ» waar andere edities «كَيْفَمَا» geven; as-printed, owner-verify)

al-Tuḥfa al-Saniyya zet die twaalf in het grotere geheel. Het boek telt alle jazm-gevers, achttien in totaal, en splitst ze in twee groepen. De eerste groep geeft jazm aan één werkwoord. Daar horen لَمْ en لَا van niveau 4 bij, zes partikels in totaal. De tweede groep geeft jazm aan twee werkwoorden. Dat zijn er twaalf, met إِنْ voorop. In vertaling: 'De werktuigen die het onvoltooid werkwoord jazm geven zijn achttien in getal. Deze werktuigen vallen uiteen in twee groepen. Bij de eerste groep geeft elk werktuig jazm aan één werkwoord. Bij de tweede groep geeft elk werktuig jazm aan twee werkwoorden.'

الْأَدَوَاتُ الَّتِي تَجْزِمُ الْفِعْلَ الْمُضَارِعَ ثَمَانِيَةَ عَشَرَ جَازِمًا، وَهَذِهِ الْأَدَوَاتُ تَنْقَسِمُ إِلَى قِسْمَيْنِ: الْقِسْمُ الْأَوَّلُ كُلُّ وَاحِدٍ مِنْهُ يَجْزِمُ فِعْلًا وَاحِدًا، وَالْقِسْمُ الثَّانِي كُلُّ وَاحِدٍ مِنْهُ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ.

al-Tuḥfa al-Saniyya, جوازم المضارع, p. 70 (de sharḥ-tweedeling; deels kaal gedrukt, tashkīl redactioneel; het openende «وأقول:» is vóór de span weggelaten)

al-Khulāṣa al-Naḥwiyya vat diezelfde groep in een schema (مخطط) en zet er telkens een voorbeeldzin bij. Voor إِنْ geeft het boek dit voorbeeld:

إِنْ تَزْرَعْ خَيْرًا تَحْصُدْ خَيْرًا

'Als je goed zaait, oogst je goed.' Twee majzūm-werkwoorden (تَزْرَعْ تَحْصُدْ), zoals het schema van de khulāṣa ze afdrukt.

De boeken benoemen إِنْ zelf op twee manieren, en beide zijn juist. al-Khulāṣa noemt het in de ontleedcel kortweg een werktuig van voorwaarde en jazm:

«إِنْ»: أَدَاةُ شَرْطٍ وجَزْمٍ.

al-Khulāṣa al-Naḥwiyya, النوع الأول (إِنْ), p. 127 (de الإعراب-sectie; «وجَزْمٍ» met kale wāw; as-printed huisstijl)

Ibn ʿUthaymīn en al-Naḥw al-Wāḍiḥ noemen het voluit een voorwaardepartikel dat twee werkwoorden jazm geeft. Dat is de formule uit de eerste sectie. Beide benamingen dekken hetzelfde: één partikel, twee jazms. Het schoolboek al-Naḥw al-Wāḍiḥ geeft ook de volledige ontleding van de voorwaardezin. Die zag je in de vorige sectie, met beide werkwoorden voluit. In vertaling: 'إِنْ: een voorwaardepartikel dat jazm geeft, en dat twee werkwoorden jazm geeft. Het eerste is فعل الشرط, en het tweede is zijn antwoord en gevolg. يَزْرَعْ: een fiʿl muḍāriʿ, majzūm door إِنْ, en het teken van zijn jazm is de zichtbare sukūn op het einde. En het is فعل الشرط. عَلِيّ: fāʿil, marfūʿ. يَحْصُدْ: een fiʿl muḍāriʿ, majzūm door إِنْ als جواب الشرط, en het teken van zijn jazm is de zichtbare sukūn op het einde.'

إِنْ: حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ، الْأَوَّلُ فِعْلُ الشَّرْطِ، وَالثَّانِي جَوَابُهُ وَجَزَاؤُهُ. يَزْرَعْ: فِعْلٌ مُضَارِعٌ مَجْزُومٌ بِـ«إِنْ»، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ. وَهُوَ فِعْلُ الشَّرْطِ. عَلِيٌّ: فَاعِلٌ مَرْفُوعٌ. يَحْصُدْ: فِعْلٌ مُضَارِعٌ مَجْزُومٌ بِـ«إِنْ» عَلَى أَنَّهُ جَوَابُ الشَّرْطِ، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ.

al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 52 (het نموذج; deels kaal gedrukt, tashkīl redactioneel; «جَازِمٌ» met ḍamma; ṣifa van حَرْفُ; hier staat de rol-benaming «وهو فعل الشرط» juist achteraan

al-Tuḥfa al-Saniyya geeft precies het model dat jij opzegt: de rolnaam vroeg (direct na «مضارع») en de bepaler «بإنْ» erbij. Zo leer je het ook in de trainer. Het schoolvoorbeeld is «إِنْ تُذَاكِرْ تَنْجَحْ» ('als je studeert, slaag je'):

إِنْ تُذَاكِرْ تَنْجَحْ

'Als je studeert, slaag je.' Twee majzūm-werkwoorden (تُذَاكِرْ تَنْجَحْ), het schoolvoorbeeld van al-Tuḥfa: één إِنْ, twee sukūns.

In vertaling: 'Dus إِنْ is een voorwaardepartikel dat volgens alle grammatici jazm geeft. Het geeft twee werkwoorden jazm: het eerste is فعل الشرط, en het tweede is zijn antwoord en gevolg. En تُذَاكِرْ is een fiʿl muḍāriʿ, het voorwaardewerkwoord (فعل الشرط), majzūm door إِنْ, en het teken van zijn jazm is de sukūn. Zijn verrichter is een verborgen voornaamwoord dat er verplicht in zit; je begrijpt het als 'jij'.'

فَإِنْ: حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ بِاتِّفَاقِ النُّحَاةِ، يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ: الْأَوَّلُ فِعْلُ الشَّرْطِ، وَالثَّانِي جَوَابُهُ وَجَزَاؤُهُ. وَ«تُذَاكِرْ» فِعْلٌ مُضَارِعٌ فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ، وَفَاعِلُهُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ فِيهِ وُجُوبًا تَقْدِيرُهُ أَنْتَ.

al-Tuḥfa al-Saniyya, جوازم المضارع (القسم الثاني، النوع الأول), p. 71 (deels gevocaliseerd, tashkīl redactioneel; «إِنْ» als النوع الأول; de rol-benaming «فعل الشرط» vróég + de bepaler «مجزوم بإنْ»; byte-gelijk aan de engine-canon; de verborgen-fāʿil-clausule «ضمير مستتر تقديره أنت» is op dit niveau display-only, niet getoetst)

Het toepassingsboek al-Taṭbīq al-Iʿrābī noemt إِنْ ook een partikel, «حرف شرط جازم». Maar bij de werkwoorden beschrijft het datzelfde jazm op een andere manier. Ook die vorm is goed. al-Tuḥfa, Ibn ʿUthaymīn en onze trainer noemen de bepaler: majzūm door إِنْ, «مجزوم بإنْ». al-Taṭbīq noemt liever de reden: majzūm omdat het het antwoord is («لأنه جواب الشرط»). Beide zijn juist. Het blijft één jazm, met twee manieren om het op te schrijven. Onze trainer houdt de bepaler-vorm aan. al-Taṭbīq laat de regel zien met een vers uit de Qurʾān (sūrat Muḥammad 47:7):

﴿إِنْ تَنْصُرُوا اللَّهَ يَنْصُرْكُمْ﴾

sūrat Muḥammad (47:7). Het antwoord يَنْصُرْكُمْ draagt een zichtbare sukūn (majzūm, jouw kernteken op dit niveau). Het voorwaardewerkwoord تَنْصُرُوا hoort bij de al-afʿāl al-khamsa. Zijn jazm verschijnt niet als sukūn, maar als het wegvallen van de nūn. Dat teken leer je in een latere fase. We lezen deze āyah hier alleen ter illustratie en geven er geen eigen vertaling bij.

إِنْ: حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ.

al-Taṭbīq al-Iʿrābī (Kāmila al-Kuwārī), أدوات الشرط الجازمة ١ - إِنْ»), p. 89 (licht gevocaliseerde druk, tashkīl redactioneel; al-Taṭbīq noemt إِنْ «حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ»; «حرف», net als de engine)

En zo ontleedt al-Taṭbīq het antwoordwerkwoord, met de reden in plaats van de bepaler. In vertaling: 'een fiʿl muḍāriʿ, majzūm, want het is het antwoord op de voorwaarde (جواب الشرط). Het teken van zijn jazm is de zichtbare sukūn.'

يَنْصُرْكُمْ: فِعْلٌ مُضَارِعٌ مَجْزُومٌ؛ لِأَنَّهُ جَوَابُ الشَّرْطِ، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرُ.

al-Taṭbīq al-Iʿrābī (Kāmila al-Kuwārī), «١ - إِنْ» (de يَنْصُرْكُمْ-cel bij ﴿إِنْ تَنْصُرُوا اللَّهَ يَنْصُرْكُمْ﴾، Muḥammad 47:7), p. 89 (licht gevocaliseerde druk, tashkīl redactioneel; de reden-vorm «مجزوم؛ لأنه …»; géén «بإنْ»-bepaler; «السُّكُونُ الظَّاهِرُ» mannelijk, huisstijl van dit boek; de cel is ingekort tot de tekenclausule)

De telling-khilāf: hoeveel voorwaardewoorden?

De boeken tellen niet allemaal hetzelfde, en dat is geen wanorde maar een verschil in indeling. al-Tuḥfa al-Saniyya geeft de volle telling: achttien jazm-gevers, in twee groepen. De eerste groep geeft jazm aan één werkwoord. Daar horen لَمْ en لَا van niveau 4 bij, zes partikels. De tweede groep geeft jazm aan twee werkwoorden, en dat zijn er twaalf. إِنْ is de eerste van die twaalf en het enige zuivere partikel ertussen. De andere elf zijn naamwoorden. Ibn ʿUthaymīn bundelt de eerste groep per functie en komt zo op acht jāzims die één werkwoord regeren. In zijn telling blijven er dan tien over voor de tweede groep. al-Khulāṣa telt in dat hoofdstuk negen naamwoorden naast إِنْ, plus إِذَا, dat alleen in de poëzie zo werkt. Over إِنْ zelf bestaat geen enkel meningsverschil. Het staat in elke telling vooraan bij de tweewerkwoord-groep, en daar begin jij.

De vier مباحث van Ibn ʿUthaymīn

Ibn ʿUthaymīn ordent dit hoofdstuk in vier onderzoeken (مباحث). Het eerste gaat over de vraag welke woorden twee werkwoorden jazm geven. Daarna kijkt hij welke daarvan een partikel is en welke een naamwoord. إِنْ blijkt het enige partikel. In het derde onderzoek komt de vraag wanneer het jazm zichtbaar is. Dat is zo als beide werkwoorden muḍāriʿ zijn, jouw kerngeval, met daaromheen de vier gedaanten uit de verdieping. Het laatste onderzoek behandelt het geval waarin het antwoord een verplichte فاء krijgt. Jij leert nu de kern van het derde onderzoek: twee muḍāriʿ-werkwoorden, allebei majzūm.

al-Ājurrūmiyya (matn), afgedrukt in Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), p. 201 (de twaalf tweewerkwoord-adawāt); al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 70 (de twee-deling van de achttien jawāzim «تَنْقَسِمُ إِلَى قِسْمَيْنِ»; zes één-werkwoord + twaalf twee-werkwoord) + p. 71 (النوع الأول = «إِنْ» وحده, de partikel-formule + het model «إِنْ تُذَاكِرْ تَنْجَحْ» met «مجزوم بإنْ»; de vroege rol-benaming, byte-gelijk aan de engine-canon); al-Khulāṣa al-Naḥwiyya, p. 127 (de «أَدَاةُ شَرْطٍ وجَزْمٍ»-ontleedcel) + p. 132 (het مخطط-schema met «إِنْ تَزْرَعْ خَيْرًا تَحْصُدْ خَيْرًا»); Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), p. 206 (het المبحث الثاني/الثالث-kader) + p. 191 (de telling «عشرة تجزم فعلين», niveau-4-verified); al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 52 (het volledige نموذج-model-iʿrāb); al-Taṭbīq al-Iʿrābī (Kāmila al-Kuwārī), p. 89 (de «حرف شرط جازم»-cel + de afwijkende reden-vorm «مجزوم؛ لأنه جواب الشرط» bij ﴿إِنْ تَنْصُرُوا اللَّهَ يَنْصُرْكُمْ﴾ Muḥammad 47:7); didactische synthese (curator): de telling-khilāf-verzoening (achttien = zes + twaalf, met إِنْ als eerste van de twaalf; hoogste/volste telling vooraan, Status onzekerheid 4) en de samenvatting van de vier مباحث

Verdieping: de vier gedaanten, het antwoord met een فاء, en wat later komt

De regel die je hier leert (إِنْ geeft twee muḍāriʿ-werkwoorden jazm) is de eenvoudigste vorm van de voorwaardezin. Maar het is niet de enige. De boeken laten diepere lagen zien. Je ziet ze nu alvast. Oefenen en toetsen komt later.

Eerst de vier gedaanten (ṣuwar). De twee werkwoorden hoeven niet allebei muḍāriʿ te zijn, en dan verandert de ontleding. Ibn ʿUthaymīn telt vier gevallen. In vertaling: 'Wij hebben nu vier gedaanten. De eerste: ze zijn allebei muḍāriʿ. Dan is het jazm verplicht bij beide. De tweede: ze zijn allebei māḍī. Dan worden ze mabnī, want de regeerder grijpt niet op hen aan. De derde: de eerste is māḍī en de tweede muḍāriʿ. Dan wordt de eerste mabnī en de tweede majzūm, en rafʿ van de tweede is toegestaan. De vierde: de eerste is muḍāriʿ en de tweede māḍī. Dan wordt de eerste majzūm en de tweede mabnī, en die staat in de plaats van jazm (fī maḥall jazm).'

صَارَ عِنْدَنَا أَرْبَعُ صُوَرٍ: الْأُولَى: أَنْ يَكُونَا مُضَارِعَيْنِ فَيَجِبُ فِيهِمَا الْجَزْمُ. الثَّانِيَةُ: أَنْ يَكُونَا مَاضِيَيْنِ فَيُبْنَيَا، الْعَامِلُ لَا يَتَسَلَّطُ عَلَيْهِمَا. الثَّالِثَةُ: أَنْ يَكُونَ الْأَوَّلُ مَاضِيًا، وَالثَّانِي مُضَارِعًا، فَيُبْنَى الْأَوَّلُ وَيُجْزَمُ الثَّانِي، وَيَجُوزُ رَفْعُ الثَّانِي. الرَّابِعَةُ: الْأَوَّلُ مُضَارِعٌ وَالثَّانِي مَاضٍ، فَيَجْزِمُ الْأَوَّلُ وَيُبْنَى الثَّانِي، وَيَكُونُ فِي مَحَلِّ جَزْمٍ.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), المبحث الثالث, p. 208 (deels gevocaliseerd, tashkīl redactioneel)

Alleen de eerste gedaante laat op allebei de werkwoorden een zichtbaar jazm-teken zien, de sukūn: twee muḍāriʿ-werkwoorden. Dat is je kern op dit niveau, en alleen die oefen en toets je. Zodra er een māḍī-werkwoord in de voorwaarde of het antwoord staat, is dat werkwoord mabnī. Het draagt dan geen teken, maar 'staat in de plaats van jazm' (fī maḥall jazm). Die maḥall-ontleding is een eigen laag, die in een latere fase aan bod komt. Staat het werkwoord voor een ال-woord? Dan zie je aan de buitenkant de hulp-kasra die je op niveau 4 al leerde. Het teken blijft de sukūn.

Het antwoord met een verplichte فاء

Soms kan het antwoord geen kaal werkwoord zijn, bijvoorbeeld als het een nominale zin is ('… dan is hij geslaagd'). Dan moet er een فاء voor: de فاء rābiṭa, de verbindende fa. Ibn ʿUthaymīn zegt het in vertaling zo: 'Soms is het antwoord van de voorwaarde een zin die niet rechtstreeks op de voorwaarde-adaat kan volgen. Dan moet die zin verplicht met een فاء worden verbonden.'

إِذَا كَانَ جَوَابُ الشَّرْطِ جُمْلَةً لَا تَصْلُحُ أَنْ تُبَاشِرَ أَدَاةَ الشَّرْطِ؛ فَإِنَّهُ يَجِبُ اقْتِرَانُهَا بِالْفَاءِ.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), المبحث الرابع, p. 208 (deels gevocaliseerd, tashkīl redactioneel)

Het boek geeft dit voorbeeld, in vertaling: 'Als je je inspant, dan ben je geslaagd.' Kijk naar het antwoord. Het begint met een فاء (rābiṭa), gevolgd door een nominale zin (mubtadaʾ met khabar). Die hele zin staat samen 'in de plaats van jazm als antwoord op de voorwaarde'.

إِنْ تَجْتَهِدْ فَأَنْتَ نَاجِحٌ

'Als je je inspant, dan ben je geslaagd.' Het antwoord فَأَنْتَ نَاجِحٌ is een nominale zin met een verbindende فاء ervoor. Op dit niveau tonen we het alleen ter herkenning.

الْفَاءُ رَابِطَةٌ لِلْجَوَابِ … الْجُمْلَةُ مِنَ الْمُبْتَدَأِ وَالْخَبَرِ فِي مَحَلِّ جَزْمٍ جَوَابِ الشَّرْطِ.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), المبحث الرابع, p. 209 (vol gevocaliseerd; de tussenzin «يعني: تربط ما قبلها بما بعدها. أنت: مبتدأ. ناجح: خبر» is met «…» weggelaten)

Om te onthouden wanneer die فاء verplicht is, vatten de grammatici zeven gevallen in één vers samen. Je hoeft ze nog niet te kennen. Het vers laat vooral zien hoeveel gevallen er zijn:

اسْمِيَّةٌ طَلَبِيَّةٌ وَبِجَامِدٍ وَبِمَا وَقَدْ وَبِلَنْ وَبِالتَّنْفِيسِ

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), p. 209 (het geheugenvers van de zeven فاء-gevallen: nominale zin · bevel-zin · met een star werkwoord · met مَا · met قَدْ · met لَنْ · met de toekomst-س/سوف)

De Qurʾān laat deze constructie goed zien, in sūrat al-Nisāʾ (135):

﴿إِنْ يَكُنْ غَنِيًّا أَوْ فَقِيرًا فَاللَّهُ أَوْلَى بِهِمَا﴾

De voorwaarde يَكُنْ draagt een zichtbare sukūn (majzūm). Het antwoord begint met een verbindende فاء (fā-Allāhu), waarna de hele zin 'in de plaats van jazm' staat. Op dit niveau lezen we deze āyah alleen ter illustratie. De ontleding van zo'n hele zin leer je in een latere fase.

Jazm na een gebod, zonder إِنْ

Er bestaat nog een derde bron van jazm, en die berust op een verzwegen إِنْ. Na een gebod kan een muḍāriʿ-werkwoord majzūm worden, als antwoord op het gebod (جواب الطلب). Zeg je اُدْرُسْ تَنْجَحْ ('studeer, dan slaag je'), dan is تَنْجَحْ majzūm, alsof er stond: 'als je studeert, slaag je'. Je zag net het antwoord met een verplichte فاء. Let op het verschil daarmee. Daar verbindt de فاء een hele zin. Hier is er geen partikel en geen فاء, alleen een gebod gevolgd door een majzūm-werkwoord. Deze constructie heeft de bevelvorm (amr) nodig, die je in een latere fase leert. Hier zie je die alleen benoemd.

Het volledige model dat je bij beheersing (itqān) uit je hoofd opzegt, ziet er zo uit: één voorwaardezin, woord voor woord. Let erop dat beide werkwoorden «مَجْزُومٌ بِإِنْ» zijn:

Het volledige model-iʿrāb bij itqān: «إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْ»

ZinDoelwoordFunctieModelantwoord
إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْإِنْvoorwaardepartikel (ḥarf sharṭ), één partikel dat twee werkwoorden jazm geeftحَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْيَزْرَعْonvoltooid werkwoord (fiʿl muḍāriʿ), het voorwaardewerkwoord (فعل الشرط), majzūm door إِنْ; het boekvoorbeeld van al-Naḥw al-Wāḍiḥ p. 52فِعْلٌ مُضَارِعٌ فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْعَلِيٌّde verrichter (fāʿil), marfūʿ; dat ken je al van niveau 1فَاعِلٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ
إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْيَحْصُدْonvoltooid werkwoord, het antwoord (جواب الشرط), majzūm door dezelfde إِنْفِعْلٌ مُضَارِعٌ جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

Bij elke voorwaardezin stel je twee vragen: welk partikel regeert (إِنْ), en welk teken krijgt het werkwoord (de sukūn)? Voor allebei de werkwoorden is het antwoord gelijk. De sukūn ken je al van niveau 4. Wat er bijkomt is het bereik: één إِنْ regeert de voorwaarde en het antwoord tegelijk. De overige voorwaardewoorden, de māḍī-gedaanten en het antwoord met een فاء volgen in je leerpad.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), p. 208 (de vier صُوَر «صَارَ عِنْدَنَا أَرْبَعُ صُوَرٍ» + de المبحث الرابع فاء-intro) + p. 209 (de فاء-rābiṭa «الْفَاءُ رَابِطَةٌ لِلْجَوَابِ» + de jumla fī maḥall jazm + het geheugenvers) + p. 201 (de āyah النساء ١٣٥, zoals het boek haar drukt; display-only, mushaf-bytes pipeline te verifiëren, geen eigen NL-vertaling); al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), dl. 1, p. 52 (het نموذج als bron van het model-iʿrāb); didactische synthese (curator): het volledige model-iʿrāb «إِنْ يَزْرَعْ عَلِيٌّ يَحْصُدْ» (engine-canoniek, geankerd in al-Naḥw al-Wāḍiḥ dl. 1 p. 52; het model-iʿrāb van het partikel toont de docent-canon «حَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ» (docent 2026-07-11: déze én «أَدَاةُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ»; Khulāṣa p. 127; zijn beide correct, de eerste beter); de langere boekvorm «حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ» (Tuḥfa p. 71 · Wāḍiḥ p. 52 · ʿUthaymīn p. 206) en al-Taṭbīq's «حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ» (p. 89) blijven boek-geattesteerd én worden in de toets aanvaard (memory boekvormen-nooit-afkeuren)) + جَزْم فِي جَوَابِ الطَّلَبِ (اُدْرُسْ تَنْجَحْ, onderscheiden van het فاء-antwoord; kern ≥ niveau 8) + de subset-framing

Bron

Waar dit onderdeel behandeld wordt

al-Ājurrūmiyya

باب الأفعال — «فأمَّا السِّتَّةُ الأُوَلُ فتَجزِمُ فِعلًا واحدًا، وأمَّا الاثنتا عَشْرةَ الباقيةُ فتَجزِمُ فِعلَينِ» (إِنْ منها)

an-Naḥw al-Wāḍiḥ

an-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī) dl. 1 — أدوات الشرط الجازمة

In de boeken

Vindplaatsen in de eigen bibliotheek

al-Tuḥfa al-Saniyya bi-Sharḥ al-Muqaddima al-Ājurrūmiyya

p. 70–71

جوازم الفعل المضارع — القسم الثاني (ما يجزم فعلين)

Sharḥ al-Ājurrūmiyya

p. 201–212

أدوات الشرط الجازمة

al-Khulāṣa al-Naḥwiyya fī Sharḥ al-Muqaddima al-Ājurrūmiyya

p. 127–138

جوازم المضارع — أدوات الشرط الجازمة (النوع الأول: إِنْ)

al-Naḥw al-Wāḍiḥ fī Qawāʿid al-Lugha al-ʿArabiyya

deel 1 · p. 52

جزم الفعل المضارع — النموذج

al-Naḥw al-Wāḍiḥ fī Qawāʿid al-Lugha al-ʿArabiyya

deel 2 · p. 190

الأدوات التي تجزم فعلين

al-Taṭbīq al-Iʿrābī

p. 89–120

أدوات الشرط الجازمة (إِنْ)

Voorbeelden

kleur = naamval

Als de student eet, dan leest de jongen.

Volledige iʿrāb · mabnī

حَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْحَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
  2. يَأْكُلِفِعْل مُضَارِع فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُوم بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُون، حُرِّكَ بِالْكَسْرِ؛ مَنْعًا لِالْتِقَاءِ السَّاكِنَيْنِ
  3. الطَّالِبُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  4. يَقْرَأِفِعْل مُضَارِع جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُوم بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُون، حُرِّكَ بِالْكَسْرِ؛ مَنْعًا لِالْتِقَاءِ السَّاكِنَيْنِ
  5. الْوَلَدُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ

Als de man vertrekt, dan schrijft de jongen.

Volledige iʿrāb · mabnī

حَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْحَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
  2. يَخْرُجِفِعْل مُضَارِع فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُوم بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُون، حُرِّكَ بِالْكَسْرِ؛ مَنْعًا لِالْتِقَاءِ السَّاكِنَيْنِ
  3. الرَّجُلُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  4. يَكْتُبِفِعْل مُضَارِع جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُوم بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُون، حُرِّكَ بِالْكَسْرِ؛ مَنْعًا لِالْتِقَاءِ السَّاكِنَيْنِ
  5. الْوَلَدُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ

Als de student leest, dan zit de jongen.

Volledige iʿrāb · mabnī

حَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْحَرْفُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
  2. يَقْرَأِفِعْل مُضَارِع فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُوم بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُون، حُرِّكَ بِالْكَسْرِ؛ مَنْعًا لِالْتِقَاءِ السَّاكِنَيْنِ
  3. الطَّالِبُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
  4. يَجْلِسِفِعْل مُضَارِع جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُوم بِإِنْ وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُون، حُرِّكَ بِالْكَسْرِ؛ مَنْعًا لِالْتِقَاءِ السَّاكِنَيْنِ
  5. الْوَلَدُفَاعِل مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ

Voorbeelden uit de bronnen

kleur = naamval

O jullie die geloven, als jullie (de godsdienst van) Allah helpen, dan zal Hij jullie helpen en jullie voeten stevig (op het slagveld) plaatsen. — vert. SiregarVertaling van de volledige āyah (47:7) — niet alleen van het hierboven getoonde fragment.

Qurʾān 47:7

حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ

Vooruitblik تَنْصُرُوا is een werkwoord van de أفعال الخمسة: het jazm-teken is dan het wegvallen van de nūn (حذف النون), en de wāw is de fāʿil — dat komt in een latere fase. In يَنْصُرْكُمْ is كُمْ een gebonden voornaamwoord (lijdend voorwerp); de pronomen-ontleding komt in fase 5 aan bod.

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنحَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
  2. تَنصُرُوا۟فِعْلٌ مُضَارِعٌ مَجْزُومٌ؛ لِأَنَّهُ فِعْلُ الشَّرْطِ، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ حَذْفُ النُّونِ؛ لِأَنَّهُ مِنَ الْأَفْعَالِ الْخَمْسَةِ، وَالْوَاوُ ضَمِيرٌ مُتَّصِلٌ مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، فِي مَحَلِّ رَفْعٍ فَاعِلٌ، وَالْأَلِفُ لِلتَّفْرِيقِ، حَرْفٌ مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
  3. ٱللَّهَلَفْظُ الْجَلَالَةِ، مَفْعُولٌ بِهِ مَنْصُوبٌ، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الْفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  4. يَنصُرْكُمْفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَجْزُومٌ؛ لِأَنَّهُ جَوَابُ الشَّرْطِ، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرُ، وَالْفَاعِلُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ جَوَازًا، تَقْدِيرُهُ هُوَ، وَالْكَافُ: ضَمِيرٌ مُتَّصِلٌ، مَبْنِيٌّ عَلَى الضَّمِّ فِي مَحَلِّ نَصْبٍ مَفْعُولٌ بِهِ، وَالْمِيمُ عَلَامَةُ جَمْعِ الذُّكُورِ حَرْفٌ مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ

Als Zayd opstaat, staat ʿAmr op.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya, p. 201

حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ

Vooruitblik يَقُمْ komt van قَامَ (een hol werkwoord, أجوف): bij de jazm valt de midden-klinkerletter weg (يَقُومُ يَقُمْ); het jazm-teken blijft de sukūn, maar die holle-werkwoord-morfologie hoort bij een latere fase.

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْحَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ
  2. يَقُمْفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَجْزُومٌ، فِعْلُ الشَّرْطِ، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ
  3. زَيْدٌفَاعِلٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  4. يَقُمْفِعْلٌ مُضَارِعٌ مَجْزُومٌ، جَوَابُ الشَّرْطِ، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ
  5. عَمْرٌوفَاعِلٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

Als Zayd zich inspant, slaagt hij.

Sharḥ al-Ājurrūmiyya, p. 207

حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ

Vooruitblik Hier is het voorwaardewerkwoord een verleden tijd (اجْتَهَدَ, een fiʿl māḍī): het is mabnī op de fatḥa en staat "in de plaats van" jazm (في محل جزم) — die plaats-ontleding van een mabnī shart-werkwoord komt in een latere fase. De fāʿil van يَنْجَحْ is een verborgen voornaamwoord (تقديره هو).

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْحَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ
  2. اجْتَهَدَفِعْلٌ مَاضٍ مَبْنِيٌّ عَلَى الْفَتْحِ فِي مَحَلِّ جَزْمٍ
  3. زَيْدٌفَاعِلٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  4. يَنْجَحْفِعْلٌ مُضَارِعٌ جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِـ(إِنْ)، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

Als je studeert, dan slaag je.

al-Khulāṣa al-Naḥwiyya, p. 127

أَدَاةُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ

Vooruitblik De fāʿil is bij beide werkwoorden een verborgen voornaamwoord (ضمير مستتر وجوبًا, تقديره أنت — "jij"); de volledige verantwoording van die verborgen fāʿil komt in een latere fase (de plaats-ontleding).

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْأَدَاةُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ
  2. تُذَاكِرْفِعْلٌ مُضَارِعٌ فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِـ(إِنْ)، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ، وَفَاعِلُهُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ وُجُوبًا تَقْدِيرُهُ أَنْتَ
  3. تَنْجَحْفِعْلٌ مُضَارِعٌ جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِـ(إِنْ)، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ، وَفَاعِلُهُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ وُجُوبًا تَقْدِيرُهُ أَنْتَ

Als je goed zaait, dan oogst je goed.

al-Khulāṣa al-Naḥwiyya, p. 132

أَدَاةُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ

Vooruitblik Beide werkwoorden dragen een verborgen fāʿil (ضمير مستتر وجوبًا, تقديره أنت — "jij"); die verborgen fāʿil wordt in een latere fase volledig ontleed (de plaats-ontleding).

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْأَدَاةُ شَرْطٍ وَجَزْمٍ
  2. تَزْرَعْفِعْلٌ مُضَارِعٌ فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِـ(إِنْ)، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ، وَفَاعِلُهُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ وُجُوبًا تَقْدِيرُهُ أَنْتَ
  3. خَيْرًامَفْعُولٌ بِهِ مَنْصُوبٌ، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  4. تَحْصُدْفِعْلٌ مُضَارِعٌ جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِـ(إِنْ)، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ، وَفَاعِلُهُ ضَمِيرٌ مُسْتَتِرٌ وُجُوبًا تَقْدِيرُهُ أَنْتَ
  5. خَيْرًامَفْعُولٌ بِهِ مَنْصُوبٌ، وَعَلَامَةُ نَصْبِهِ الفَتْحَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ

Als Ali zaait, dan oogst hij.

al-Naḥw al-Wāḍiḥ, deel 1, p. 52

حَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ، الأَوَّلُ فِعْلُ الشَّرْطِ وَالثَّانِي جَوَابُهُ وَجَزَاؤُهُ

Volledige ontleding— toon per woord
  1. إِنْحَرْفُ شَرْطٍ جَازِمٌ يَجْزِمُ فِعْلَيْنِ، الأَوَّلُ فِعْلُ الشَّرْطِ وَالثَّانِي جَوَابُهُ وَجَزَاؤُهُ
  2. يَزْرَعْفِعْلٌ مُضَارِعٌ فِعْلُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِـ(إِنْ)، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  3. عَلِيٌّفَاعِلٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
  4. يَحْصُدْفِعْلٌ مُضَارِعٌ جَوَابُ الشَّرْطِ مَجْزُومٌ بِـ(إِنْ)، وَعَلَامَةُ جَزْمِهِ السُّكُونُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
Pas toe wat je net hebt gelezen.