Marfūʿāt — zinsdelen in de nominatief (rafʿ)
Gezegde nominale zin (khabar)
marfūʿ · nominatiefWat houdt het in
De regel eerst, dan het waarom
Regel
De khabar deelt iets mee over de mubtadaʾ en is eveneens marfūʿ.
Waarom
De mededeling voltooit de zin en deelt de naamval (rafʿ) van de mubtadaʾ.
Onthouden
Wat wordt er gezegd? → de khabar → rafʿ, net als de mubtadaʾ.
De regel, volledig
De khabar (الخَبَرُ, “de mededeling”) is het tweede deel van de naamwoordelijke zin, de jumla ismiyya. De mubtadaʾ ken je al. Dat is het startpunt: waar je iets over gaat zeggen. De khabar is wat je erover zegt. Je kent hem toe aan de mubtadaʾ (musnad) en zo maak je de zin af. Samen vormen ze een volledige, zinvolle mededeling: de fāʾida tāmma. Zonder khabar is de zin niet af. Hoor je alleen التُّفَّاحَةُ (“de appel …”), dan wacht je op de rest. Pas bij التُّفَّاحَةُ حُلْوَةٌ (“de appel is zoet”) is de zin af.
an-Naḥw al-Wāḍiḥ laat je dit zelf voelen. Leg je vinger op het tweede woord van elke zin. Lees dan alleen التُّفَّاحَةُ … الصُّورَةُ … الجَرْيُ …. Je blijft in verwarring achter (نَتَحَيَّرُ). Wat is er met die appel? Haal je vinger weg en de zin is ineens compleet: de fāʾida tāmma. De drie volledige zinnen hieronder laten dat zien:
التُّفَّاحَةُ حُلْوَةٌ، الصُّورَةُ جَمِيلَةٌ، الجَرْيُ مُفِيدٌ
de drie zinnen uit an-Naḥw al-Wāḍiḥ, nu compleet: de fāʾida tāmma
Steeds hetzelfde patroon: het eerste naamwoord is de mubtadaʾ, het tweede de khabar. Allebei staan ze in de rafʿ.
| Zin | Doelwoord | Functie | Modelantwoord |
|---|---|---|---|
| القِطَارُ سَرِيعٌ | سَرِيعٌ | khabar: “de trein is snel” | خَبَرٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ فِي آخِرِهِ |
| المُعَلِّمُ حَاضِرٌ | حَاضِرٌ | khabar: “de leraar is aanwezig” | خَبَرٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ فِي آخِرِهِ |
| الفَقِيرُ مُحْتَاجٌ | مُحْتَاجٌ | khabar: “de arme heeft gebrek” | خَبَرٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ فِي آخِرِهِ |
De kern van dit niveau is de naamval van de khabar. Hij is marfūʿ. Bij een enkelvoudig (mufrad) naamwoord is zijn teken de zichtbare ḍamma. De klassieke iʿrāb-formule is dan:
حُلْوَةٌ: خَبَرٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ فِي آخِرِهِ
het modelantwoord op niveau 1 voor حُلْوَةٌ
al-Taṭbīq al-Iʿrābī ontleedt de zin الفِدَائِيُّونَ أَوْفِيَاءُ (“de zelfopofferaars zijn trouw”) op precies dezelfde manier:
أَوْفِيَاءُ: خَبَرٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
het model van al-Taṭbīq al-Iʿrābī voor أَوْفِيَاءُ
Waarom rafʿ? De naamwoordelijke zin begint met een marfūʿ startpunt: de mubtadaʾ. De khabar maakt dat startpunt af en krijgt de rafʿ mee. De vuistregel is kort. Wat zeg je over het onderwerp? Dat is de khabar, en die is marfūʿ, net als de mubtadaʾ. Welke regeerder de rafʿ precies geeft, lees je in de verdieping.
— an-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾiyya) dl. 1, المبتدأ والخبر, p. 35–36 · al-Taṭbīq al-Iʿrābī, الخبر, p. 194 · Sharḥ Ibn ʿUthaymīn ʿalā al-Ājurrūmiyya, المبتدأ والخبر, p. 247–248
Wat het is en wat niet
Je verwart de khabar het makkelijkst met drie categorieën die erop lijken: de fāʿil, de mubtadaʾ en de naʿt. De toets is elke keer dezelfde. Kijk naar het type zin en naar de bepaaldheid. Kijk niet alleen naar het naamvalsteken.
khabar tegenover fāʿil: beide zijn marfūʿ. Het naamvalsteken alleen zegt dus niets. Het verschil zit in het type zin.
قَامَ زَيْدٌ
werkwoordelijke zin (begint met een werkwoord): زَيْدٌ is fāʿil, marfūʿ door het werkwoord قَامَ dat er echt staat
زَيْدٌ قَائِمٌ
naamwoordelijke zin (zonder werkwoord ervoor): زَيْدٌ is mubtadaʾ, قَائِمٌ is khabar
In زَيْدٌ قَائِمٌ is زَيْدٌ mubtadaʾ. Er staat geen uitgesproken regeerder voor (عَارٍ عَنِ العَوَامِلِ اللَّفْظِيَّةِ). In قَامَ زَيْدٌ is زيد marfūʿ, omdat het werkwoord قام ervoor staat. Ibn ʿUthaymīn zet deze twee zinnen naast elkaar. Hij vraagt waarom زيد in allebei marfūʿ is. De vuistregel: staat er een werkwoord vooraan, denk aan fāʿil. Begint de zin met een naamwoord zonder werkwoord, denk aan mubtadaʾ plus khabar.
khabar tegenover mubtadaʾ: dezelfde zin (المُعَلِّمُ حَاضِرٌ), beide marfūʿ, maar met tegengestelde rollen
المُعَلِّمُ
mubtadaʾ: datgene waarover je iets bericht. Staat vooraan en is meestal bepaald (maʿrifa).
حَاضِرٌ
khabar: het bericht zelf (musnad). Maakt de betekenis af en is meestal onbepaald (nakira).
Een handige toets: de mubtadaʾ is meestal bepaald (maʿrifa), de khabar meestal onbepaald (nakira). Vergelijk het bepaalde المُعَلِّمُ (“de leraar”, mubtadaʾ) met het onbepaalde حَاضِرٌ (“aanwezig”, khabar) in المُعَلِّمُ حَاضِرٌ.
khabar tegenover naʿt, het lastigste paar: woorden als حُلْوَةٌ en جَمِيلَةٌ kunnen zowel khabar als naʿt zijn
التُّفَّاحَةُ حُلْوَةٌ
حُلْوَةٌ = khabar: onbepaald, en maakt de zin af
التُّفَّاحَةُ الحُلْوَةُ نَاضِجَةٌ
الحُلْوَةُ = naʿt: bepaald. Het beweert niets op zichzelf, maar beschrijft alleen. De echte khabar is pas نَاضِجَةٌ.
Twee toetsen. Heeft het woord dezelfde bepaaldheid als het naamwoord ervoor (het volgt التُّفَّاحَة daarin), dan neig je naar naʿt. Is de zin na dat woord al af, dan is het khabar. De naʿt is een tābiʿ. Die neemt de naamval van zijn manʿūt over. Je leert hem uitgebreid in fase 5. Hier hoef je hem alleen niet met de khabar te verwarren.
— Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, المبتدأ والخبر, p. 246–247 (العاري عن العوامل اللفظية; زيد قائم / قام زيد) + تدريب على الإعراب, p. 253 · an-Naḥw al-Wāḍiḥ dl. 1, p. 35–36 (voetnoot 1: maʿrifa-mubtadaʾ / nakira-khabar)
Veelgemaakte fouten
Fout 1: de khabar manṣūb maken
fout:
التُّفَّاحَةُ حُلْوَةً
de fatḥa uit gewoonte op het tweede naamwoord gezet, alsof het een mafʿūl bih is (lijdend voorwerp, manṣūb)
goed:
التُّفَّاحَةُ حُلْوَةٌ
khabar marfūʿ: de ḍamma
In de naamwoordelijke zin staat geen werkwoord dat een object regeert. Beide delen zijn dus marfūʿ. Zo ook: التِّلْمِيذُ مُجْتَهِدٌ, nooit مُجْتَهِدًا.
Fout 2, de congruentie (muṭābaqa) vergeten: getal
fout:
التِّلْمِيذَانِ مُجْتَهِدٌ
tweevoud mubtadaʾ met enkelvoud khabar
goed:
التِّلْمِيذَانِ مُجْتَهِدَانِ
bij een tweevoud (muthannā) mubtadaʾ hoort een tweevoud khabar
De khabar moet in getal en geslacht kloppen met de mubtadaʾ (muṭābaqa). al-Tuḥfa en an-Naḥw al-Wāḍiḥ eisen die overeenstemming allebei duidelijk.
Fout 2, de congruentie (muṭābaqa) vergeten: geslacht
fout:
هِنْدٌ قَائِمٌ
mannelijke khabar bij een vrouwelijke mubtadaʾ
goed:
هِنْدٌ قَائِمَةٌ
هِنْد is vrouwelijk, dus de khabar ook
Fout 3: een bepaald bijvoeglijk woord voor de khabar aanzien
fout:
التُّفَّاحَةُ الحُلْوَةُ
“de zoete appel”: nog geen zin. الحُلْوَةُ is bepaald, dus naʿt en geen khabar.
goed:
التُّفَّاحَةُ الحُلْوَةُ نَاضِجَةٌ
er is nog een khabar nodig om de mededeling af te maken: نَاضِجَةٌ
Let op: “de khabar is altijd onbepaald” is een neiging, geen wet. Een bepaald woord kan khabar zijn als het echt iets zegt over het onderwerp, zoals رَسُولُ in مُحَمَّدٌ رَسُولُ اللهِ. Daar is رَسُولُ khabar marfūʿ (als muḍāf). Zijn bepaaldheid krijgt het via de iḍāfa.
Fout 4: verwarren met de zusters van kāna en inna. Wie al كَانَ of إِنَّ heeft gezien, laat de khabar soms per ongeluk in de naṣb gaan bij een gewone naamwoordelijke zin. In de kale naamwoordelijke zin blijft de khabar marfūʿ. Pas als zo’n regeerder erbij komt, verandert de naamval. Na كَانَ wordt de khabar manṣūb (كَانَ الجَوُّ صَافِيًا). Het eerste naamwoord heet dan اسم كان. Na إِنَّ heet قَائِمٌ in إِنَّ زَيْدًا قَائِمٌ khabar inna. Deze nawāsikh leer je in fase 2.
— an-Naḥw al-Wāḍiḥ dl. 1, p. 36 (voetnoot 2: muṭābaqa) · al-Tuḥfa al-Saniyya, المبتدأ والخبر, p. 88 (congruentie) · al-Taṭbīq al-Iʿrābī, قسم يرفع الخبر, p. 200 (مُحَمَّدٌ رَسُولُ اللهِ, al-Fatḥ 48:29) · Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, p. 246 (كان الله غفورًا / إنّ زيدًا قائم)
Zo zeggen de boeken het
المُبْتَدَأُ هُوَ الاِسْمُ المَرْفُوعُ العَارِي عَنِ العَوَامِلِ اللَّفْظِيَّةِ، وَالخَبَرُ هُوَ الاِسْمُ المَرْفُوعُ المُسْنَدُ إِلَيْهِ، نَحْوُ قَوْلِكَ: زَيْدٌ قَائِمٌ، وَالزَّيْدَانِ قَائِمَانِ، وَالزَّيْدُونَ قَائِمُونَ.
— al-Ājurrūmiyya-matn, afgedrukt in Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, p. 245 = al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 87
Citaat 1 is de matn van de Ājurrūmiyya, zoals afgedrukt bij Ibn ʿUthaymīn en in al-Tuḥfa (in de druk volledig gevocaliseerd). De vertaling luidt: “De mubtadaʾ is het marfūʿ naamwoord dat vrij is van uitgesproken regeerders. De khabar is het marfūʿ naamwoord waaraan wordt toegekend. Bijvoorbeeld: Zayd staat, de twee Zayds staan, de Zayds staan.” Let op de woorden «المُسْنَدُ إِلَيْهِ». Technisch gezien is de khabar juist de musnad en de mubtadaʾ de musnad ilayh. Dat spreekt de matn schijnbaar tegen. Ibn ʿUthaymīn lost het op door dit te lezen als “datgene wat aan de mubtadaʾ wordt toegekend”. In zijn woorden:
الَّذِي يُسْنَدُ إِلَى المُبْتَدَأِ
— Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, p. 247
وَالخَبَرُ: هُوَ الاِسْمُ المَرْفُوعُ الَّذِي يُسْنَدُ إِلَى المُبْتَدَأِ وَيُحْمَلُ عَلَيْهِ؛ فَيَتِمُّ بِهِ مَعَهُ الكَلَامُ، وَمِثَالُهُ ‹حَاضِرٌ› مِنْ قَوْلِكَ ‹مُحَمَّدٌ حَاضِرٌ›.
— al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 88
Citaat 2: al-Tuḥfa al-Saniyya maakt de definitie van de khabar scherper. De vertaling luidt: “De khabar is het marfūʿ naamwoord dat aan de mubtadaʾ wordt toegekend en erop rust. Zo wordt de zin er samen mee volledig. Het voorbeeld is ‹ḥāḍir› in ‹Muḥammad is aanwezig›.”
الخَبَرُ: اسْمٌ مَرْفُوعٌ يُكَوِّنُ مَعَ المُبْتَدَأِ جُمْلَةً مُفِيدَةً.
— an-Naḥw al-Wāḍiḥ dl. 1, p. 36
Citaat 3: an-Naḥw al-Wāḍiḥ, de didactische regel (qāʿida 10). Dit is op dit niveau het handigste antwoordmodel. Het is kort en benoemt de naamval en de functie. De vertaling luidt: “De khabar is een marfūʿ naamwoord dat samen met de mubtadaʾ een betekenisvolle zin vormt.”
إِذَنْ؛ المُبْتَدَأُ مَرْفُوعٌ بِالاِبْتِدَاءِ، وَالخَبَرُ مَرْفُوعٌ بِالمُبْتَدَأِ، هَذَا هُوَ الصَّحِيحُ.
— Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, p. 248
Citaat 4: Ibn ʿUthaymīn over de regeerder van de rafʿ (druk met volledige tashkīl). De vertaling luidt: “Dus: de mubtadaʾ is marfūʿ door het beginnen (al-ibtidāʾ), en de khabar is marfūʿ door de mubtadaʾ. Dit is de juiste opvatting.” Dit citaat gebruikt de vollere vorm met بالمبتدأ. Die noemt de regeerder met naam. Het modelantwoord van de trainer houdt bewust de kortere vorm aan, de regel hieronder. De vollere vorm komt terug in de verdieping, niet in het antwoord op dit niveau.
خَبَرٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ …
het modelantwoord van de trainer: de korte vorm
— Citaat 1: al-Ājurrūmiyya-matn, afgedrukt in Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, p. 245 = al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 87 · Citaat 2: al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 88 · Citaat 3: an-Naḥw al-Wāḍiḥ dl. 1, p. 36 · Citaat 4: Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, p. 248
Verdieping: waarom rafʿ, congruentie en een vooruitblik
We gaan hier dieper op drie punten in.
Waarom rafʿ? De regeerder (ʿāmil) van mubtadaʾ en khabar
De fāʿil krijgt zijn rafʿ van het werkwoord. Maar in de naamwoordelijke zin staat geen zichtbaar werkwoord. Wat maakt de mubtadaʾ en de khabar dan marfūʿ? Ibn ʿUthaymīn legt het uit. Elk beheerst woord (maʿmūl) heeft een regeerder nodig. Is die regeerder geen echt woord (lafẓī), dan werkt hij via de betekenis (maʿnawī). Volgens de Ājurrūmiyya is de mubtadaʾ marfūʿ door het “beginnen” zelf (al-ibtidāʾ). Dat is zo’n maʿnawī-regeerder. De khabar is op zijn beurt marfūʿ door de mubtadaʾ. Daarom heeft de volledige klassieke ontleding een langere vorm. Dat is de eerste regel na dit blok. Het niveau-1-modelantwoord houdt de korte vorm aan, de tweede regel. Voor de praktijk onthoud je maar één ding: beide delen zijn marfūʿ. Welke ʿāmil de khabar precies marfūʿ maakt, is een klassieke discussie onder grammatici. Ibn ʿUthaymīn kiest voor “hādhā huwa al-ṣaḥīḥ”, de opvatting die hij juist acht.
قَائِمٌ: خَبَرُ المُبْتَدَأِ مَرْفُوعٌ بِالمُبْتَدَأِ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ فِي آخِرِهِ
de volledige klassieke ontleding: de langere vorm, met de regeerder
خَبَرٌ مَرْفُوعٌ وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ …
het niveau-1-modelantwoord: de korte vorm
Congruentie: de khabar volgt de mubtadaʾ in getal en geslacht
De khabar volgt de mubtadaʾ in getal en geslacht. Bekijk de reeks van an-Naḥw al-Wāḍiḥ hieronder. Je ziet het patroon meteen.
• enkelvoud m.: السَّابِقُ فَائِزٌ. • tweevoud m.: السَّابِقَانِ فَائِزَانِ. • meervoud m.: السَّابِقُونَ فَائِزُونَ. • enkelvoud vr.: السَّابِقَةُ فَائِزَةٌ. • tweevoud vr.: السَّابِقَتَانِ فَائِزَتَانِ. • meervoud vr.: السَّابِقَاتُ فَائِزَاتٌ.
al-Tuḥfa geeft de vrouwelijke lijn. • enkelvoud vr.: هِنْدٌ قَائِمَةٌ. • tweevoud vr.: الهِنْدَانِ قَائِمَتَانِ. • meervoud vr.: الهِنْدَاتُ قَائِمَاتٌ.
Alle vormen blijven marfūʿ. Alleen de vorm van de khabar verandert mee met de mubtadaʾ. De tekens van tweevoud en meervoud zelf, de alif en de wāw, horen bij de tekens-as van fase 6. Voor nu telt alleen dat de khabar in getal en geslacht meebeweegt. Zie de vooruitblik hieronder.
Vooruitblik: khabar-typen, de nawāsikh en de tekens-as
De khabar heeft meer vormen dan het enkelvoudige naamwoord dat je hier leert. Hij kan een hele deelzin (jumla) zijn, zoals الحِلْمُ يَسْلَمُ صَاحِبُهُ. Hij kan ook een “schijnzin” zijn (shibh jumla: een voorzetselgroep of plaatsbepaling), zoals العِلْمُ فِي الصُّدُورِ en العُصْفُورُ فَوْقَ الشَّجَرَةِ. Ook kan één mubtadaʾ meerdere khabars dragen (الرُّمَّانُ حُلْوٌ حَامِضٌ). Dat is stof voor fase 3. In fase 2 verandert de naamval van de khabar. Zodra كَانَ of haar zusters in de zin komen, wordt hij manṣūb. Bij tweevoud, meervoud en de asmāʾ khamsa dragen andere tekens de rafʿ in plaats van de ḍamma: de alif en de wāw. Die tekens-as volgt in fase 6. Op dit niveau blijft de regel eenvoudig: een enkelvoudige (mufrad) khabar, marfūʿ, met als teken de zichtbare ḍamma.
— Sharḥ Ibn ʿUthaymīn, المبتدأ والخبر, p. 246–248 · an-Naḥw al-Wāḍiḥ dl. 1, p. 36 (voetnoot 2: السابق-reeks; + jumla/shibh jumla, تعدد الخبر, taqdīm) + dl. 3, خبر المبتدأ حين يكون جملة, p. 404 (fase 3, niet zelf ingezien) · al-Tuḥfa al-Saniyya, p. 88 (هند-reeks) + أقسام الخبر, p. 89–90 · al-Taṭbīq al-Iʿrābī, تعدد الخبر, p. 200–201
Bron
Waar dit onderdeel behandeld wordt
al-Ājurrūmiyya
باب الخبر — «الخبرُ هو الاسمُ المرفوعُ المُسنَدُ إليه»
an-Naḥw al-Wāḍiḥ
an-Naḥw al-Wāḍiḥ I — hoofdstuk المبتدأ والخبر
In de boeken
Vindplaatsen in de eigen bibliotheek
al-Tuḥfa al-Saniyya bi-Sharḥ al-Muqaddima al-Ājurrūmiyya
p. 87–92باب المبتدأ والخبر
Sharḥ al-Ājurrūmiyya
p. 245–255المبتدأُ والخبرُ
al-Khulāṣa al-Naḥwiyya fī Sharḥ al-Muqaddima al-Ājurrūmiyya
p. 164–175المبتَدَأُ وَالْخَبَرُ
al-Naḥw al-Wāḍiḥ fī Qawāʿid al-Lugha al-ʿArabiyya
deel 1 · p. 35–38المبتدأ والخبر
al-Naḥw al-Wāḍiḥ fī Qawāʿid al-Lugha al-ʿArabiyya
deel 3 · p. 404–410خبر المبتدإ حين يكون جملة
al-Taṭbīq al-Iʿrābī
p. 194–214الخبر
Voorbeelden
„De jongen is groot.”
Volledige iʿrāb · marfūʿ
خَبَر مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Volledige ontleding— toon per woord
- الْوَلَدُمُبْتَدَأ مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- كَبِيرٌخَبَر مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
„De student is aanwezig.”
Volledige iʿrāb · marfūʿ
خَبَر مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Volledige ontleding— toon per woord
- الطَّالِبُمُبْتَدَأ مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- حَاضِرٌخَبَر مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
„De student is ijverig.”
Volledige iʿrāb · marfūʿ
خَبَر مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Volledige ontleding— toon per woord
- الطَّالِبُمُبْتَدَأ مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- مُجْتَهِدٌخَبَر مَرْفُوع وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Voorbeelden uit de bronnen
Qurʾān 48:29
خَبَرٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَافٌ
Vooruitblik — رَسُولُ اللَّهِ is een iḍāfa-constructie (رَسُولُ is مضاف, اللَّهِ is مضاف إليه); de iḍāfa wordt in fase 6 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- مُّحَمَّدٌۭمُبْتَدَأٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
- رَّسُولُخَبَرٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَافٌ
- ٱللَّهِلَفْظُ الْجَلَالَةِ مُضَافٌ إِلَيْهِ مَجْرُورٌ، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الْكَسْرَةُ
„De geleerden zijn het baken van de oemma.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 184
خَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَاف
Vooruitblik — نبراس الأمة is een iḍāfa (bezitsconstructie); de مضاف إليه-ontleding wordt in fase 6 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- العلماءُمُبْتَدَأ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- نبراسُخَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَاف
- الأُمّةِمُضَاف إِلَيْهِ مَجْرُور، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
„Een man is geduldiger dan een vrouw.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 186
خَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Vooruitblik — Bijzonder hier: de mubtadaʾ (رجل) is onbepaald — dat mag omdat de zin een algemene uitspraak doet. Wanneer dat mag (ibtidāʾ bi-l-nakira) wordt in fase 3 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- رجلٌمُبْتَدَأ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- أصبرُخَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- مِنحَرْف جَرّ، مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب، وَحُرِّكَتِ النُّونُ لِتَفَادِي الْتِقَاءِ السَّاكِنَيْنِ
- امرأةٍاِسْم مَجْرُور بِـ(مِنْ)، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَالجَارُّ وَالمَجْرُورُ مُتَعَلِّقَانِ بِالخَبَرِ أَصْبَرَ
„Een zitting van kennis is beter dan een zitting van aanbidding.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 187
خَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Vooruitblik — مجلس علم en مجلس عبادة zijn iḍāfa-constructies; de مضاف إليه-ontleding wordt in fase 6 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- مجلسُمُبْتَدَأ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَاف
- علمٍمُضَاف إِلَيْهِ مَجْرُور، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- أفضلُخَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- مِنحَرْف جَرّ، مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
- مجلسِاِسْم مَجْرُور بِـ(مِنْ)، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَاف، وَالجَارُّ وَالمَجْرُورُ مُتَعَلِّقَانِ بِالخَبَرِ أَفْضَلَ
- عبادةٍمُضَاف إِلَيْهِ مَجْرُور، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
„Inspanning op de weg van Allah is de edelste daad.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 188
خَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَاف
Vooruitblik — سبيل الله en أكرم عمل zijn iḍāfa-constructies; de مضاف إليه-ontleding wordt in fase 6 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- جهادٌمُبْتَدَأ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- فيحَرْف جَرّ، مَبْنِيّ عَلَى السُّكُون، لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الإِعْرَاب
- سبيلِاِسْم مَجْرُور بِـ(فِي)، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَاف، وَالجَارُّ وَالمَجْرُورُ مُتَعَلِّقَانِ بِالمَصْدَرِ (جِهَادٍ)
- اللهِلَفْظُ الجَلَالَةِ مُضَاف إِلَيْهِ مَجْرُور (عَلَى التَّعْظِيمِ)، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- أكرمُخَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ، وَهُوَ مُضَاف
- عملٍمُضَاف إِلَيْهِ مَجْرُور، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الكَسْرَة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
„De fedāʾī’s zijn trouw.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 194
خَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Vooruitblik — الفدائيون krijgt الواو als teken, met de نون als vervanger van de tanwīn — deze plaatsvervangende tekens worden in fase 6 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- الفدائيونَمُبْتَدَأ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الوَاو؛ لِأَنَّهُ جَمْعُ مُذَكَّرٍ سَالِمٌ، وَالنُّونُ عِوَضٌ عَنِ التَّنْوِينِ فِي الاِسْمِ المُفْرَدِ
- أوفياءُخَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
„De weg van de kennis is lang.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 196
خَبَرٌ لِلْمُبْتَدَأِ الثَّانِي (طَرِيقُهُ) مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
Vooruitblik — Het khabar van الْعِلْمُ is hier zelf een naamwoordelijke zin (طَرِيقُهُ طَوِيلٌ); het khabar als zin wordt in fase 3 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- الْعِلْمُمُبْتَدَأٌ أَوَّلُ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
- طَرِيقُهُمُبْتَدَأٌ ثَانٍ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ، وَهُوَ مُضَافٌ، وَالْهَاءُ ضَمِيرٌ مُتَّصِلٌ، مَبْنِيٌّ عَلَى الضَّمِّ، فِي مَحَلِّ جَرٍّ مُضَافٌ إِلَيْهِ
- طَوِيلٌخَبَرٌ لِلْمُبْتَدَأِ الثَّانِي (طَرِيقُهُ) مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
„De granaatappel is zoet en zuur.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 201
خَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Volledige ontleding— toon per woord
- الرمانُمُبْتَدَأ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- حلوٌخَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- حامضٌخَبَر ثَانٍ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
„Geslaagd is Moehammad.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, p. 203
خَبَرٌ مُقَدَّمٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
Vooruitblik — Het khabar staat hier vóór de mubtadaʾ (مُقَدَّم/مُؤَخَّر); de vooropplaatsing van het khabar wordt in fase 3 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- نَاجِحٌخَبَرٌ مُقَدَّمٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
- مُحَمَّدٌمُبْتَدَأٌ مُؤَخَّرٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
„Een eervolle dood is beter dan een vernederend leven.”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, pp. 186–187
خَبَرٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
Vooruitblik — كَرِيمٌ en ذَلِيلَةٍ zijn bijvoeglijke bepalingen (naʿt) die hun naamwoord in naamval volgen; de tawābiʿ worden in fase 5 behandeld.
Volledige ontleding— toon per woord
- مَوْتٌمُبْتَدَأٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
- كَرِيمٌنَعْتٌ لِـ(مَوْتٍ)، مَرْفُوعٌ مِثْلُهُ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ
- خَيْرٌخَبَرٌ مَرْفُوعٌ، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
- مِنْحَرْفُ جَرٍّ، مَبْنِيٌّ عَلَى السُّكُونِ لَا مَحَلَّ لَهُ مِنَ الْإِعْرَابِ
- حَيَاةٍاسْمٌ مَجْرُورٌ، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الْكَسْرَةُ الظَّاهِرَةُ عَلَى آخِرِهِ
- ذَلِيلَةٍنَعْتٌ لِـ(حَيَاةٍ) مَجْرُورٌ مِثْلُهُ، وَعَلَامَةُ جَرِّهِ الْكَسْرَةُ الظَّاهِرَةُ، وَالْجَارُّ وَالْمَجْرُورُ مُتَعَلِّقَانِ بِالْخَبَرِ خَيْرٍ
„Een geleerde handelt (naar zijn kennis).”
al-Taṭbīq al-Iʿrābī, pp. 206–207
خَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
Volledige ontleding— toon per woord
- عالمٌمُبْتَدَأ مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ
- عاملٌخَبَر مَرْفُوع، وَعَلَامَةُ رَفْعِهِ الضَّمَّة الظَّاهِرَة عَلَى آخِرِهِ