Niveau 1Lesje: De fāʿilstap 1 van 9
Wat is de fāʿil?
De fāʿil (الفَاعِل) is degene die de handeling doet. Het naamwoord zegt wie of wat iets doet. al-Naḥw al-Wāḍiḥ bouwt de regel op met voorbeelden. Bij elk voorbeeld stelt het boek dezelfde vraag: wie deed het? Neem «طَارَ العُصْفُورُ» (de mus vloog). Het woord العُصْفُورُ noemt wie er vloog. Dat woord is dus de fāʿil. Zo werkt het ook in «جَرَى الحِصَانُ» (het paard rende) en «لَعِبَ الوَلَدُ» (het kind speelde). Kijk je naar het einde van zo'n woord, dan zie je dat het marfūʿ is. Hier draagt het steeds een ḍamma. Zo komt het boek tot zijn regel. De fāʿil is een marfūʿ-naamwoord. Er staat een werkwoord voor, en het zegt wie de handeling deed:
الفَاعِلُ: اسْمٌ مَرْفُوعٌ تَقَدَّمَهُ فِعْلٌ، وَدَلَّ عَلَى الَّذِي فَعَلَ الفِعْلَ
— al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), deel 1, القاعدة ٧, p. 27
— al-Naḥw al-Wāḍiḥ (ibtidāʾī), deel 1, الفاعل, p. 27–29 (+ الجملة الفعلية p. 39); al-Ājurrūmiyya (matn) via al-Tuḥfa al-saniyya, باب الفاعل, p. 76; Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), باب الفاعل, p. 223–225; al-Taṭbīq al-Iʿrābī (Kāmila al-Kuwārī), الفاعل, p. 279