Niveau 1Lesje: Ḥarf jarr: het idee en فِي · مِنْ · إِلَىstap 1 van 7
Wat is een ḥarf jarr?
In het Nederlands ken je het voorzetsel al: 'in', 'uit', 'naar'. Het Arabisch heeft diezelfde woordsoort. Die heet ḥarf jarr (حَرْفُ الجَرِّ). Een ḥarf jarr is geen naamwoord (ism) en geen werkwoord (fiʿl). Het is de derde woordsoort: een partikel (ḥarf) dat aan een betekenis voorafgaat. Het Arabische voorzetsel doet wel iets extra's. Het zet het naamwoord dat er direct achter staat in de jarr-naamval (de genitief). Die naamval herken je aan de kasra op het eind. Zo horen er altijd twee woorden bij elkaar. Het eerste is het voorzetsel zelf. Dat verandert nooit en heet daarom mabnī. Het tweede is het naamwoord erachter, de ism majrūr. Dat woord draagt de jarr. Het voorzetsel veroorzaakt de naamval. Zo'n veroorzaker heet de ʿāmil. Het naamwoord ondergaat de naamval. Dat heet de maʿmūl.
— al-Naḥw al-Wāḍiḥ (Ibtidāʾiyya), dl. 1, باب جرّ الاسم, p. 68–71 (amthila · al-baḥth · qāʿida 22 · iʿrāb-model); Sharḥ al-Ājurrūmiyya (Ibn ʿUthaymīn), حروف الخفض, p. 19 (khafḍ = Kūfa-term, jarr = Baṣra-term)